e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
handvol hooi, pluk hooi armvol: hę.lǝvǝr (Overpelt), hęlvǝr (Smeermaas), hęrvǝl (Heerlen, ... ), hɛrǝvǝl (Klimmen), ø̜̄rvǝl (America), ę.rvǝl (Swalmen), ęlǝvǝr (Heppen), ęrvǝl (Gruitrode), ɛrvǝl (Baarlo, ... ), ɛrǝvǝl (Meijel), beetje: bitjǝ (Mechelen), bitšǝ (Hasselt, ... ), bofje: bøfkǝ (Ulestraten), bosje: bȳskǝ (Broekhuizen), bøskǝ (Meijel, ... ), bussel: bøsǝl (Heerlen, ... ), busseltje: bȳsǝlkǝ (Ospel, ... ), bøsǝlkǝ (Hushoven, ... ), bø̜i̯sǝlkǝ (Borgloon), bø̜sǝlkǝ (Munstergeleen), flokje: fløkskǝ (Helchteren), handvol: hafǝl (Gennep, ... ), hampfǝl (Urmond), hampǝl (Baexem, ... ), hamsǝl (Opheers), hāndvǫl (Gronsveld), hęfǝlkǝ (Lommel), hęmfǝlkǝ (Obbicht), hęmpǝlkǝ (Gruitrode), klatsje: klętskǝ (Opglabbeek), paardsbusseltje: pjārtsbęsǝlkǝ (Hasselt), pluis: flū.s (s-Gravenvoeren, ... ), pluk: plǫk (Helden), plukje: plø̜ksǝ (Ulestraten), poes: pūs (Haelen, ... ), prutsje: pretskǝ (Berverlo), roffeltje: rø̜vǝlkǝ (Nederweert), schoefel: sxufǝl (Middelaar), struif: štruf (Valkenburg), takje: tękskǝ (Peer), trosje: trȳskǝ (Meijel), trø̜skǝ (Puth), tuis: tūs (Grathem), tuisje: tȳškǝ (Maasniel), tøskǝ (Achel, ... ), tøǝskǝ (Kessenich), tø̜skǝ (America, ... ), t˙øskǝ (Kiewit), watsch (du.): (k)watš (Heerlen), w˙atš (Moresnet), weeg: wek (Bleijerheide), wis: we.š (Moresnet, ... ), wes (Herten, ... ), woš (Geleen), wøš (Heerlen, ... ), wø̜š (Houthem, ... ), wę.š (Sint-Martens-Voeren, ... ), węš (Berg), wisje: weškǝ (Berg), wø̜̄škǝ (Klimmen), wēskǝ (Milsbeek, ... ), węi̯skǝ (Borgloon), węskǝ (Ell, ... ) De kleine hoeveelheid hooi die men met de handen kan oppakken. Soms wordt uitdrukkelijk onderscheid gemaakt tussen de pluk hooi die men in de hand pakt en de hoeveelheid die men in de armen kan nemen, bij voorbeeld in L 295: een "tuske" is zoveel als men in de handen kan nemen, en een "ervel" is zoveel als men in de armen kan nemen; in Q 200, 247 en 247a is dit respectievelijk een "floes" en een "wis". Soms geven diminutiva aanleiding tot klankschilderende woorden; ze staan achter in het lemma bijeen. [N 14, 116; N 14, 131 add.; monogr.] I-3