e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
hefhout, hulpstaart heffer: høfǝr (Achel), hefhout: hø̜fhǫu̯t (Hushoven), hulpkluppel: hølǝpklø̜pǝl (Swalmen), knecht: knę̄xt (Helden), ploegbalk: plōx˱balǝk (Schimmert), ploeghout: plōxhǫu̯t (Baexem), ploegkluppel: plōxklø̜pǝl (Haelen, ... ), ploegknuppel: plōxknø̜pǝl (Boukoul, ... ), ploegsleep: plōxslęi̯p (Ospel), sleephout: slę̄i̯phǫu̯t (Sint Pieter), staart: start (Middelaar), stat (Kanne), štats (Schaesberg), staart van de ploeg: štart ˲van dǝ plōx (Oirsbeek), steel: stę̄i̯l (Gingelom), stek: štɛk (Baexem), vaarkluppel: vārklø̜pǝl (Herten) De houten steel die men gebruikte om de ploeg op te tillen, werd gestoken tussen de knecht en de ploegboom of door een metalen beugel bij het snijpunt van ploegboom en ploegstaart. In sommige gevallen was deze steel blijvend met de ploeg verbonden d.m.v. een strak gespannen touw tussen die steel en de ploegstaart. Op deze wijze ontstond er een tweede staart. De ploeg kon nu met beide handen bediend worden en was beter bestuurbaar. In andere gevallen was er geen vaste, met de ploeg verbonden hulpstaart, maar werd de ploegstok daarvoor aangewend. Blijkens de verstrekte gegevens was dit het geval in: K 278, 314, 353, L 163, 163a, 215, 244c, 268, 270, 286, 295, 312, 314, 321, 322, 324, 328, 364, 374, 416, P 175, 176, Q 20, 97, 111, 111x, 162 en 204a. Voor de benamingen van deze steel in de vermelde plaatsen zie men het lemma ploegstok. [N 11, 36] I-1