e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
hielstuk van een schoen achter aan de hak: achter aan de hakken (Schimmert), bovenhak: baovehak (Baarlo), contre-vers: kontervust (Grathem), kontərvēͅs (Ophoven), kóntjervéés (Tungelroy), contrefort (fr.): contefor (Maasbree), conterfors (Posterholt), contervoor (Geulle), contrefor (Dilsen, ... ), contrefort (Lommel, ... ), contrefour (Eigenbilzen, ... ), keͅntrəfōͅr (Lommel), kintervoor (Maastricht), ko:ntərvo:r (Kanne), kongterfaor (Eijsden), kontefoor (Gennep), konterfoor (Caberg, ... ), konterfor (Ulestraten), konterfort (Blerick, ... ), kontervoor (Borgharen, ... ), kontewoort (Weert), kontrefair (Ell), kontrefar (Hoeselt), kontrefoor (Bilzen, ... ), kontrefor (Borgloon, ... ), kontrefort (Sint-Truiden), kontrefòòr (Boekt/Heikant), kontrəfo:r (Tongeren), kontrəfōr (Riksingen), kontrəfóͅr (Beringen), kontrəfoͅr (Beringen, ... ), kontrəfòòr (Roggel), kontərfaor (As), kontərfo:r (Tongeren), kontərfōr (Meeswijk, ... ), kontərfoͅr (Opglabbeek), kontərvo.r (Maaseik), konʔrəfeͅr (Kwaadmechelen), koonterfōr (Mheer), koonterfòr (Meerssen), koŋtrəfoͅr (Velm), kōͅtrəfōͅr (Teuven), kŏntrəfōͅr (Boekt/Heikant), kőtrəfor (Montzen), kóͅnʔrəfaor (Kwaadmechelen), kóͅtrəfo͂ͅr (Borgloon), ko͂ͅntrəfoͅər (Kermt), ko͂ͅtrəfoͅr (Hasselt), ko͂ͅtrəfur (Borlo), koͅntrəfōr (Zelem), koͅntrəfōͅr (Leopoldsburg, ... ), koͅntrəfoͅr (Herk-de-Stad), koͅntrəfyr (Rosmeer), koͅntərfor (Eisden), koͅntərfōͅr (Hasselt, ... ), koͅntərvōr (Mechelen-aan-de-Maas), koͅntərəfūər (Hamont), kuntərfo:r (Wellen), kònterfoor (Boekend), kònterfort (Meijel, ... ), kòntrefoar (Sint-Truiden), kòntərfaor (Mechelen-aan-de-Maas, ... ), kónterfoor (Maastricht, ... ), kónterfort (Rotem, ... ), kónterfōͅr (Ketsingen), kóntervoor (Maastricht, ... ), kóntervour (Sittard), kóntrefort (Neeritter), kônterfoor (Boekend), kônterfors (Schimmert), kônterfór (Tegelen), kŋntrəfo:r (Wintershoven), <Fr. contrefort.  koontervoor (Gronsveld), (Fr. uitspr.)  kontrefort (Leopoldsburg), [Afzonderlijke bladzijde met gegevens voor Jeuk; zie tekening v.d. informant] Versteviging. Zowel voor mannen als voor vrouwen.  contrefort (Jeuk), Et. Fr. contrefort.  kôotrëfôor, kóntrëfóor (Tongeren), Fr. contrefort.  kó.ntrefoor (Hasselt), kónterfort (Maastricht), Vgl. Fr. contrefort.  kônterfoer (Weert), z.o. kôotrëfôor. [sub Addenda]  kóntrëfóór (Tongeren), hak: hak (Bocholtz, ... ), hakstuk: haksjtök (Roermond, ... ), hakštök (Tegelen), hakstukje: hakstökske (Maasbree), hees: Vgl. WLD III, afl. 1.1: lm. knieholte.  hees (Maasniel), hiel: (h)iəl (Niel-bij-St.-Truiden), heel (Hoensbroek), híel (Venlo), hielkap: hielkap (Posterholt), hielstukje: Bezetstuk in de hak aan de binnenkant (van bezaan of split als voeringleer).  hiĕlstukskə (Milsbeek), Dat is het bovenste van de hiel.  hielstukje (Lommel), hielvoering: Ingezet stukje.  hielvooring (Roggel), kap: kap (Einighausen), konkelvers: [sic]  konkelvaers (Herten (bij Roermond)), pollevie: pollevie (Beverlo, ... ), pòllevie (Sint-Truiden), Mv.; Fr. pollevie.  plevieje (Tungelroy), schacht: sjach (Oost-Maarland), stijfkap: stiĕfkàp (Milsbeek), stootje: styətšə (Montzen), vers: de vaesj (Klimmen), vaesj (Oirsbeek), vars (Bocholt, ... ), vas (Linkhout, ... ), veersj (Beek, ... ), veëtsch (Kerkrade), vēͅrs (Achel, ... ), virs (Maaseik), vjos (Eigenbilzen), väesj (Bleijerheide), vèjrs (Stokkem), vèsch (Brunssum), vèèrs (Haelen), vésche (Nuth/Aalbeek), vééjsch (Mechelen), vêêsje (Puth), b.v. v.e. haos.  veers (Uikhoven), Et. Kil. verssen, Hgd. Ferse.  vas (Tongeren), Kil. verssen(e), Du. Fersen.  vas (Hasselt), met vraagteken  vaers (Roermond), moeilijk leesbaar  vars (Kaulille), NB (h)oeg veskes: hoge hakken, naaldhakken.  vas (Hasselt), versstuk: vaasstèk (Bilzen), vaisstuk (Stevensweert), vèèsjstuk (Munstergeleen), vessem: veͅssem (Halen), veͅsəm (Beringen, ... ), vèssem (Beringen), véssem (Paal), vɛsəm (Paal) [kónterfort*]: hielstuk || bovenstuk van de achterlap van een schoen || contravoering, hielstuk in een schoen || contrefort || contrefort: hielstuk van een schoen || contrefort: leder aan binnenkant van schoen ter versterking van de hiel || Een stijf stuk leer tot meerdere stevigheid in de schacht aan de hielkant tussen leer en voering vastgekleefd (contrefort, hielstijf, bezetsel?) [N 60 (1973)] || Fr. contrefort, contravoering; hielstuk || hak (hiel) || hiel || hiel (deel van schoen onder de hiel) || hiel [v. schoen] || hiel, hak || hiel: hak van schoen || hielstuk (konterfort) [N 24 (1964)] || hielstuk (van schoen) || hielstuk [konterfort[ [N 24 (1964)] || hielstuk [konterfort] [N 24 (1964)] || hielstuk aan binnenzijde van schoen || hielstuk van een schoen || hielstuk van schoen || Hielstukje? [N 60 (1973)] || hielstukken, hakken van schoen || konterfoor || konterfoort (komfort, konfor): stukje steunleer aan de binnenzijde van de hiel || Leer dat in de schoen gezet wordt als deze van binnen aan de hiel is doorgesleten (spoorleer?) [N 60 (1973)] || leren hielstuk aan binnenzijde van schoen || rechtopstaand hielstuk in een schoen uit stijf leer III-1-3