e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
kook- en eetruimte in de stal, zomerwoning aarden huis: ē̜ ̞i̯dǝ hø̜̄s (Halen), achterhuis: ātǝrhōǝs (Borgloon), achterkeuken: atǝrki̯ękǝ (Rosmeer), axtǝrkøkǝ (Achel, ... ), axtǝrkø̄i̯kǝ (Stokkem), axtǝrkø̄kǝ (Eind, ... ), axtǝrkø̄ǝkǝ (Oirsbeek), axtǝrkø̜i̯kǝ (Halen), axtǝrkø̜kǝ (Stein), achterkot: áxtǝrkǫt (Paal), bijkeuken: bijkeuken (Montfort), bē̜ ̞i̯køxǝ (Bocholtz), bīkȳǝkǝ (Klimmen), bīkø̄kǝ (Echt), goede plak: gui̯ plak (Mal), hinderkeuken: heŋǝrkøšǝ (Vaals), huis: hau̯s (Millen  [(ook 's winters)]  ), hus (Baarlo, ... ), huǝs (Weert  [(keuken)]  ), hys (Opglabbeek, ... ), hø̜̄ǝs (Beringen), hø̜s (Kwaadmechelen), hø̜ǝs (Linkhout), hō.s (Zolder), hōu̯s (Tessenderlo), hūs (Hout-Blerick, ... ), hǫs (Boekt Heikant), hǫǝs (Kermt), hǭs (Lummen), hǭu̯s (Hoeselt), hǭu̯ǝs (Diepenbeek), kamer: kāmǝr (Bree, ... ), keuken: kø̄kǝ (Afferden, ... ), kø̄u̯kǝ (Oirsbeek  [(ook in de winter)]  ), kø̜̄kǝ (Ophoven, ... ), kø̜kǝ (Dieteren, ... ), kűǝkǝ (Heel), kű̄kǝ (Rotem), kű̄ǝkǝ (Sint Geertruid), koele kamer: kø̜i̯l kāmǝr (Sittard), koele plek: kyl plɛk (Beringen), kookplaats: kuǝkplāts (Maaseik), lochting: lǭxteŋ (Spalbeek), nere: nērǝ (Holtum, ... ), nē̜ ̞rǝ (Beverst), nījrǝ (Kiewit), ērǝ (Hasselt), nering: nēreŋ (Grathem), opgang: ǫp˲gaŋk (Grathem), panhuis: pāǝnǝs (Zepperen), stort: stǫrt (Eind), voederhuis: voederhuis (Gennep, ... ), voederstal: vui̯ǝrstal (Halen), voergang: vōrgaŋk (Tungelroy), voerij: vrii̯ (Holtum), vōrī (Montfort, ... ), voorhuis: vørhys (Gennep  [(grote keuken bij de voordeur)]  , ... ), vørhøš (Meijel), vørhǭs (Lummen), vø̄rhūs (Neeritter, ... ), vø̜rhūs (Overpelt), vēǝrhő̜̄ǝs (Kermt), vōrhus (Kessel, ... ), voorkamer: vei̯ǝrkāmǝr (Spalbeek), voorkamer (Dieteren  [(langs de straat)]  ), voorkeuken: vø̄rkøxǝ (Spekholzerheide), vø̜̄rkø̄kǝ (Heugem), voorkeukentje: vø̜̄rkø̄kǝntjǝ (Heugem), voorstal: vørstal (Paal), vørštal (Meijel), vø̜i̯ǝrstal (Tessenderlo), vø̜rstal (Maasbree, ... ), zomerhuis: zomǝrhǫu̯s (Aldeneik, ... ), zomǝrhǭs (Halen), zumǝrhū ̞u̯s (Maaseik), zumǝrhūs (Bocholt, ... ), zu̯ømǝrhōi̯s (Rosmeer), zu̯ø̜mǝrhōs (Zichen-Zussen-Bolder), zu̯ǫmǝrhōs (Eigenbilzen, ... ), zȳmǝrhȳs (Opglabbeek), zō.mǝrhǭǝ.s (Tongeren), zōmǝrhø̜̄s (Leopoldsburg, ... ), zōmǝrhø̜̄ǝs (Berverlo), zōmǝrhās (Brustem), zōmǝrhūs (Beegden, ... ), zōmǝrūs (Boorsem), zōǝmǝrhūs (Klimmen  [(nog op één plaats in gebruik)]  ), zūmǝrhos (Waterloos), zǫu̯mǝrhās (Borlo), zǫu̯mǝri̯ās (Velm), zǭmǝr(h)ās (Sint-Truiden), zǭmǝrhūs (Sevenum), zǭmǝrūs (Rekem), zomerhuisje: zomǝrhyskǝ (Boorsem, ... ), zumǝrhiskǝ (Bree), zuǝmǝrhɛi̯skǝ (Genk), zōmǝrhø̜skǝ (Opheers), zūmǝrhyskǝ (Waubach), zomerkeuken: zǭmǝrkø̜̄i̯ǝkǝ (Teuven) De ruimte vooraan in de stal (de voorstal of een aparte ruimte) waar men in de zomer het eten kookte en at. Vroeger was dat vaak een andere ruimte dan het woonvertrek waarin men in de wintermaanden verbleef. Omdat de koeien in de weide waren, kon de doorgaans ruime en koele voorstal als kook- en eetruimte dienen. Als men niet in de voorstal at, dan was dat in het algemeen een koelere plaats, buiten of onder een afdak aan de noord- of oostkant van de gebouwen. Het begrip "zomerwoning, zomerverblijf" is vanuit verschillende invalshoeken van een benaming voorzien. Het benoemingsmotief kan het seizoen zijn waarin de ruimte wordt benut ("zomer"); of de functie ("keuken"), waarbij men moet bedenken dat de centrale plaats van het huis, de keuken met de haard, ook wel metonymisch met het woord huis wordt aangeduid; vergelijk het Ten Geleide en de plattegronden in paragraaf 1.2. Soms is ook de plek in de boerderij waar de zomerwoning zich bevindt het benoemingsmotief ("achter-") of de functie die de ruimte buiten de zomer heeft ("voorstal", "nere"). Soms ook geeft men door het opgeven van de gebruikelijke keukenbenaming aan, dat men hier ook ''s zomers verblijft ("voorhuis"). Waar mogelijk wordt bij de opgaven aangegeven om welke ruimte het gaat. [N 5A, 5 en 35a; N 5, 128; A 10, 5a] I-6