e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
lage, natte plekken in moeras del: del (Boukoul, ... ), dø̜l (Beverst), dē̜l (Wintershoven), dęl (Berverlo, ... ), dɛl (Boekend, ... ), doodleger: duwǝtlē̜gǝr (Mechelen), gat: gat (Milsbeek, ... ), gracht: grāx (Grote-Spouwen), holte: hø̄lt (Neerpelt), kleine holte: klē̜n hø̄lt (Neerpelt), kuil: kuil (Helchteren), kø̜l (Halen), kūl (Laar, ... ), kwaak: kwāk (Linkhout), kwacht: kwaxt (Tessenderlo), kwel: kwɛl (Klimmen), laag kot: (mv)  liǝx kǫtǝ (Leopoldsburg), laagte: līxtǝ (Beringen), laak: lǭk (Diepenbeek), moergat: mūrgat (Leunen), poel: pul (Donk, ... ), pōl (Klimmen, ... ), pūl (Hoeselt), poeltje: pulkǝ (Hechtel), pølkǝ (Riksingen), sleet: slēt (Grote-Spouwen), slond: šlont (Klimmen), slonk: sluŋk (Diepenbeek), slǫŋk (Riksingen, ... ), ven: vęn (Ell, ... ), vɛn (Laar, ... ), vengat: vęngat (Halen, ... ), vɛngat (Vliermaal), vɛngāt (Meijel), vuilnis: vulnes (Schimmert), watergat: (mv)  wātǝrgātǝr (Blerick), waterkot: wātǝrkōt (Zolder), wijer: wii̯jǝr (Klimmen), zijp: (mv)  zø̜p (Meldert), zomp: zomp (Aldeneik, ... ), zump (Oirsbeek, ... ), zōmp (Boorsem, ... ), (mv)  zø̜mp (Jabeek), zomplok: zomploak (Munstergeleen), zonk: zoŋ (Berverlo), zoŋk (Beringen, ... ), zunk (Rotem), zuǝnk (Zepperen), zøŋk (Rummen, ... ), zōŋk (Genk, ... ), zouw: zaw (Romershoven), zǫu̯w (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), zǫw (Grote-Spouwen) De lager gelegen delen in een moeras waarin steeds water staat. [N 27, 21b] I-8