e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
met afgebarsten korst, gezegd van brood afgebakken: āfgǝbakǝ (Amstenrade, ... ), āfgǝbakǝn (Stein), āfxǝbakǝ (Rekem), ǭfgǝbakǝ (Brunssum, ... ), afgebakken brood: āfgǝbakǝ brūat (Jabeek), āfgǝbakǝ brūǝt (Schinveld), āfgǝbakǝn brǭt (Obbicht), ǭfgǝbakǝ brut (Gronsveld), afgezakt brood: āfgǝzak brōt (Zepperen), blaren: (de korst) blǭrt (Koersel), brood met een losse korst: bruǝt męt ǝn losǝ kors (Tegelen), een kapje hebben: (het brood) hēt ǝ kɛpkǝ (Helden), een rand hebben: (het brood) høt nǝ raŋk (Stokrooie), gebarsten: gǝbarstǝ (Melick), gekloven brood: gǝklōvǝ bruwǝt (Kwaadmechelen), gereten: gǝrējtǝ (Wittem), gǝrētǝ (Maastricht, ... ), gereten brood: gǝriǝtǝ brut (Eijsden), gǝrē̜tǝ bruǝt (Gulpen), gescheurd: gǝšø̄.rt (Melick), gescheurd brood: gǝšø̜̄rt brut (Eijsden), gesprongen: gǝšproŋǝ (Panningen), gezakt brood: gǝzak brǫat (Beek), harde korst: ārdǝ kost (Sint-Truiden), kop los: kop los (Voerendaal), los: loas (Kerkrade), los (Geleen, ... ), los brood: los bruǝt (Bleijerheide, ... ), los brwot (Rothem), los brūt (Cadier), los brūǝt (Eys), los gebakken: los gǝbakǝ (Tegelen), los gebakken brood: los gǝbakǝ brūt (Kaalheide), los van de kap: los van de kap (Ottersum), los van de korst: lǭs van dǝ kuǝš (Kerkrade), losse korst: losǝ kōrs (Maastricht), lō.sǝ kō.rs (Panningen), met blaasjes: męt blø̜skǝs (Noorbeek), niet genoeg gevuld: nigǝnuxǝvølt (Lommel), opengevlogen: ōpǝgǝvlōgǝ (Koersel), opgebakken brood: opgebakken brood (Neerpelt), ǫpgǝbakǝ brūt (Bocholt), opgebarsten brood: opgǝbaštǝ bruǝt (Heerlen), pats: patš (Ulestraten), uit de korst: oǝtǝ korst (Houthalen), āt dǝ kost (Bevingen), ōt dǝ kǫs (Beverst), ǫwt dǝ korst (Genk), ǭwt dǝ kǫs (Bilzen), ǭwǝt dǝ kǫs (Munsterbilzen) De oorspronkelijke vraagstelling in N 29, 70 luidde: "Hoe noemt u brood dat tussen korst en kruin is afgebarsten?" Het feit dat ''kruin kruim'' had moeten zijn, heeft de beantwoording niet noemenswaardig be√Ønvloed. Het lemma valt uiteen in verschilllende grammaticale categorieën.' [N 29, 70; N 29, 69a; monogr.] II-1