e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
moedeloos (zijn) balmoedig: opm. voor "bal": - zie ook baldadig, balsturig, balorig  balmeu:dig (Roermond), bedroefd: bedreuf (Amby), daar zit geen foek in: doa zit gènne foek in (Blitterswijck), de kluts kwijt zijn: he was de klits kwiet (Opitter), de mismoed hebben: de mismoed hamme (Beverlo), de moed kwijt: de mōēt kwiet (Meerlo), de moed laten zakken: də mŏĕt laoətə zàkkə (Hamont), de veren laten hangen: de vaere loâte hange (Tungelroy), geen aard: geinen aard (Horn), geen moed: geine moed mer (Oirlo), geine mood (Sint-Odiliënberg), cf. VD s.v. "moedeloos"= door teleurstelling zijn vertrouwen verloren hebbende  gènne moed (Afferden), geen moed hebben: genne mood hebbe (Maasbree), hee hêt geene mood (Posterholt), geen troef hebben: cf. WNT XVII -2 kol. 3003 s.v. "troef" = lust, kracht, pit, fut, energie, moed ... 4.  gèinen trôf hebbe (Gronsveld), mismoed: mismood (Stokkem), cf. WNT s.v. "mismoed"= tegeovergestelde van moed  mesmōēt (Hamont), Noa alles waat er gebiêrd is, zuiw eine mins waal de mismood kri-jge Bn. mismodig  mismood (As, ... ), mismoedig: mēsmōjəx (Rekem), meͅsmuədɛx (Zonhoven), mismeudig (Brunssum, ... ), mismeujig (Venlo), mismodig (As, ... ), mismoedig (Bilzen), mismoodig (Grubbenvorst, ... ), mismuedig (Heerlen), mismuidich (Sittard), mismuidig (Sittard), mismujig (Doenrade), misméudig (Elen), misméujig (Lanklaar), misméújəch (Meeswijk), Vandaag bön ich gans mismeujig  mismeujig (Echt/Gebroek), mistroostig: mistruëstig (Heerlen), mistrŭstig (Swolgen), moede: mŭŭi (Venray), moede zijn: niet juist  ik bin mŭŭj (Gennep), moedeloos: moedeloo.us (Merselo), triestig: triestig (Meerlo), zonder moed: songer moot (Heel), sónger moot (Hunsel), zonder mood (Arcen), ps. algemene opmerking: in vragenlijst staat een dubbele ? boven de o; waarschijnlijk niet goed genoteerd. Heb het geïnterpreteerd en ingevoerd als een: ø (dus niet omgespeld!).  sŏnger moot (Buggenum) bedrukt enz. || bij de pakken neer zitten || de moed laten zakken || Hoe drukt ge uit: hij was gans moedeloos; waarschijnlijk bestaat dit woord niet in uw dialect; geef dan de uitdrukking op die hetzelfde uitdrukt. [ZND 39 (1942)] || mismoed || mismoedig || mismoedig, tegenovergestelde van moedig || mismoedigheid || moedeloos [SGV (1914)], [ZND 01 (1922)] || moedeloos zijn || moedeloos, mistroostig || ontmoediging, moedeloosheid III-1-4