e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
pinstokken (voor de slee) ijspelen: īēspeele (Gronsveld, ... ), īspēlə (Lanaken), ijspikken: eispeeken (Hechtel), eispikken (Hoepertingen), i(ə)spēkən (Bocholt), iespikke (Bree), ispēk (Meeuwen), iêspeken (Bocholt), īēspeeken (Bree), īspēkə (Bocholt, ... ), èspikken (Zolder), de dubbele k valt dus weg  eispiʔən (Lommel), ijspikstekken: ei̯spiksteͅkə (Sint-Truiden), ijspinnen: eispinnen (Koersel), iesspinne (Lanaken), ijsstekken: iesstekken (Meeuwen), ijsstikkers: īē.ssjtikkers (Boukoul, ... ), kappers: kappers (Tessenderlo), palsters: Geh. Genck. (t Daghet in den Oosten XIII, 66)  polser (Genk), pegelen: pīgələ (Val-Meer), pelen: peel (Gronsveld), peele (Klimmen, ... ), peelə (Vroenhoven), peelən (Eisden), pelən (Dilsen), pēlə (Stokkem), (vroegere benaming).  peele (Meeswijk), De kènger du-jen zich veuroet oppe slei mèt pélen, ze stippelen met de pélen op het ies.  peel (Uikhoven), meervoud -schwa  ənə pēl (Opgrimbie), ps. is al omgespeld genoteerd!  pē:lə (Lanklaar), pikjagers: pikjagers (Venray), pikken: de peeken (Neeroeteren), de pikke (Kerkhoven, ... ), de pikken (Herk-de-Stad, ... ), də pikə (Borgloon, ... ), peeke (Rekem), peeken (Dilsen, ... ), peke (Neeroeteren, ... ), peken (Maaseik, ... ), pekkə (Velm), pekn (Lanklaar), pekə (Alken, ... ), pekən (Diepenbeek), pēkə (Kinrooi, ... ), pēəkə (Maaseik), pēͅkə (Neeroeteren), pieken (Hechtel, ... ), piekke (Hasselt, ... ), pik (Zonhoven, ... ), pik-en (Kwaadmechelen, ... ), pikke (As, ... ), pikken (Afferden, ... ), pikə (Herk-de-Stad, ... ), pikən (Zolder), poeken (Opoeteren), pééke (Bree), ɛinə pēək (Neerglabbeek), ⁄pekə (Tongeren), (op slee = ijsstoel).  pekə (Beverst), de laatste schwa is maar heel kleintjes bovenaan voor de n geschreven  də pekən (Diepenbeek), komt van piek  peeken (Reppel), kort  peeken (Kermt), meervoud: peeken  peek (Opoeteren), meestal in het meervoud gebruikt  de pikke (Nieuwerkerken), ps. is al omgespeld genoteerd!  pekə (Bokrijk), pēkə (Meeswijk), ps. omgespeld!  pikə (America), pikkers: pikkèrts (Herten (bij Roermond)), pikstekken: pikschtek (Heerlen), piksjtekke (Horn), pikstekke (Haelen, ... ), piksték (Zolder), pikstékke (Neer), m.  peksteͅk (Smeermaas), ps. invuller twijfelt over het antwoord!  piksjtekke ? (Klimmen), pikstokken: pikstök (Afferden, ... ), pinnen: de twie pin (Maaseik), pēͅnə (Gingelom), peͅnə (Gingelom, ... ), pinne (Eisden, ... ), pinnen (Kaulille, ... ), pinnen veur nen iejsstoel (Achel), pɛnnən (Tessenderlo), pinstokken: penstoͅ⁄ə (Tessenderlo), priempikken: priempik (Mechelen-aan-de-Maas), prikkers: prikkere (Roermond), prikslee: prikstei (Bergen), prikstekken: priksjtekke (Tegelen), prikstekke (Bergen), prikstèkke (Maastricht), sleepikken: sjlei pikke (Sittard), sleestekken: sleestekken (Heusden), sleestokken: de o is niet duidelijk, niet zeker  sleistokən (Overpelt), steken.: iéspeel (Gronsveld), stekken: stekkə (Zelem), stekə (Sint-Truiden), stiepelen: stuppele (Grevenbicht/Papenhoven), stuppelen (Mechelen-aan-de-Maas, ... ), stiepen: stepə (Gelieren/Bret, ... ), stippe (Genk, ... ), stippen (Genk), stipə (Sint-Lambrechts-Herk), stiepers: stipərs (Genk), stuppers (Mechelen-aan-de-Maas), m.  stepərs (Halen), stiepselen: Stipsele: zich met puntige stok met nagl om op ijs vooruit te duwen [sic].  stipsel (Boorsem), stikkers: sjtikkers (Boukoul, ... ), stikker (Kerkrade), stikkers (Heel, ... ), stikkerten: stikkerte (Montfort, ... ), Sub stikker: Es geer mit den iesstool gaotj, de stikkerte neet vergaete.  stikkerte (Echt/Gebroek), stootstokken: stoëtstokken (Kaulille) 2. Prikstok om een kleine slee mee vooruit te bewegen || 2. Stok met ijzerenpunten om zich met de slede voort te bewegen. || [IJsvermaak]: Stok met spijker om de slee vooruit te duwen op het ijs. || Gepunte stok bij t sleeën. || Hoe heten de stokken waarmee een kleine ijsslede wordt voortgeduwd? [ZND 40 (1942)] || II. Pik: 4. Stok met ijzeren pin om de ijsstoel vooruit te duwen. || Palster, piik bij den ijsstoel. || Pegel: houten stok met ijzeren pin om slee voort te duwen. || Pik1: *3. Prikstok, stok met ijzeren punt, gehanteerd bij de prikslee. || pikstokken waarmee de kinderen een slee (waarop ze zitten) voortduwen [N 08 (1961)] || Prikstok (van prikslee, z. èè.sstôê.l). || Stelen, stokken met ijzeren pinnen aan om de ijsstoel voort te bewegen. III-3-2