e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ploegslede, egslede [slet] met wieltjes: de opmerking bij slet / sled / slit / slid geldt ook voor het [...]-gedeelte van dit type  slęt met wilkǝs (Tessenderlo), blok: blǫk (Ellikom, ... ), bolderwagen: bó̜ljdǝrwā.gǝ (Ophoven), bǫldǝrwā.gǝ (Maaseik), bǫldǝrwāgǝ (Susteren), brabanderslede: brǫǝbɛndǝršlɛi̯ (Bocholtz), brabanderslit: brǭǝbɛndǝršlit (Bocholtz), eegblok: ęi̯x˱blǫk (Meeuwen, ... ), ę̄x˱blǫk (Bree), eegdsleep: ēxtšlęi̯.p (Panningen  [(was ter plaatse echter niet gebruikelijk)]  ), eegslede: ę̄xslęi̯ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), ę̄xšlęi̯ (Baarlo, ... ), eegsleep: ę̄xšlęi̯p (Tegelen), egeslede: ę̄gǝšlęi̯ (Beek, ... ), egesleep: ę̄gǝslę̄i̯p (Aijen), eggeslede: ęgǝslęi̯ (Kronenberg, ... ), eggeslui: ęgǝslø̜i̯ (Milsbeek, ... ), egslede: ęxslęi̯ (Gennep, ... ), geschierwagen: gǝšērwāgǝ (Herkenbosch), getuigwagen: gǝtȳxwāgǝ (Tungelroy), grote slede: grōtǝ šlęi̯ (Maasniel), houten slede: hōtǝ slēi̯ (Beverst  [(voor de eg)]  ), houtslit: (mv hōtsšlitǝ)  hōtsšlit (Eygelshoven), kar: kar (Bocholt), karretje: kārkǝ (Oud-Waterschei  [(vierwielig)]  ), kɛrkǝ (Hoensbroek), karslede: kārslē (Koersel), kɛ̄rslē (Paal), kleine raadjes: klęi̯n rę̄tjǝs (Herten), kroddelwagel: krǫdǝlwāgǝl (Puth), onderstel: oŋǝrstęl (Weert), ploegbalk: plōx˱balǝk (Bree  [(onder de schaar aangebracht)]  ), ploegblok: [ploeg]˱blǫk (Bree, ... ), ploegekarretje: plōgǝkɛrkǝ (Venlo), ploegelorrie: plōgǝlǫri (Munstergeleen), ploegeraadje: plōgǝrę̄tjǝ (Boekend, ... ), ploegeslede: plōgǝšlęi̯ (Beek, ... ), ploegesleep: plōgǝslęi̯p (Velden), ploegetram: plōgǝtram (Blerick  [(vroeger)]  ), ploegewagel: plōgǝwãgǝl (Guttecoven  [(driewielig)]  ), ploegkar: plōxkar (Bree), ploegkarretje: [ploeg]karkǝ (Kronenberg), [ploeg]karǝkǝ (Aijen, ... ), [ploeg]kɛrkǝ (Tungelroy), ploegrad: pluxrat (Merselo), ploegrader: plōxrãr (Noorbeek, ... ), ploegradje: [ploeg]rɛ ̝tjǝ (Kronenberg, ... ), [ploeg]rɛtjǝ (Milsbeek, ... ), ploegradjes: pluxrɛ ̝tjǝs (Oirlo), ploegrol: [ploeg]rǫl (Achel, ... ), ploegschoen: plōxšōn (Obbicht), ploegskarretje: plōxskɛrkǝ (Hoensbroek), ploegslede: [ploeg]sliǝ (Eksel), [ploeg]slē (Hamont, ... ), [ploeg]slęi̯ (Geulle, ... ), [ploeg]slɛi̯ (Veldwezelt), [ploeg]šl ̇ɛi̯ (Cadier, ... ), [ploeg]šlei̯ (Reijmerstok), [ploeg]šlēi̯ (Oirsbeek), [ploeg]šlęi̯ (Baarlo, ... ), ploegsleep: [ploeg]slęi̯.p (Kronenberg, ... ), [ploeg]slęi̯p (Nederweert, ... ), [ploeg]slę̄i̯p (Horst), [ploeg]šlēp (Hoensbroek, ... ), [ploeg]šlęi̯.p (Helden, ... ), [ploeg]šlęi̯p (Buchten, ... ), ploegsleepje: pluxslępkǝn (Neerpelt), ploegsleepradje: plōxslę̄i̯prę ̞tjǝ (Horst), ploegsleur: pluxsløi̯ǝr (Halen), ploegslof: [ploeg]slof (Blitterswijck, ... ), ploegslooi: [ploeg]sloi̯ (Heers, ... ), [ploeg]slǫi̯ (Borgloon), ploegslooitje: pluxslǫi̯kǝ (Vliermaalroot  [(wentelploeg)]  ), ploegslui: [ploeg]slø̄ (Mielen-boven-Aalst), [ploeg]slø̜i̯ (Jeuk, ... ), ploegsrullen: plǫu̯xsrø̜lǝ (Einighausen), ploegswagel: plōxswãgǝl (Neerbeek), ploegswageltje: plǫu̯xswę̄gǝlkǝ (Einighausen), ploegvoet: plux˲vut (Leopoldsburg), ploegwagel: [ploeg]wãgǝl (Sittard, ... ), [ploeg]wā.gǝl (Dilsen, ... ), [ploeg]wǭ.gǝl (Lanaken), ploegwageltje: [ploeg]wøę̄gǝlkǝ (Romershoven), [ploeg]wē.gǝlkǝ (Boorsem, ... ), [ploeg]wę̄.gǝlkǝ (Grote-Spouwen, ... ), ploegwagen: [ploeg]wā.gǝ (Maaseik  [(ook voor de eg)]  , ... ), [ploeg]wāgǝ (Buchten  [(ook voor de eg)]  , ... ), ploegwagentje: [ploeg]wę̄gǝntjǝ (Tegelen), [ploeg]wę̄gǝskǝ (Melick), raadjes: rę̄.tjǝs (Boukoul, ... ), rad voor achter aan de ploeg: rat ˲vø̜r āxtǝr án dǝ plux (Mook), radje: rɛtja (Middelaar), roddelaar: rǫdǝlīǝr (Montfort), rol: rǫl (Rijckholt), rol[slet]: de opmerking bij slet / sled / slit / slid geldt ook voor het (...)-gedeelte van dit type  rǫlslęt (Tessenderlo), rullen: rø ̞lǝ (Margraten), schalm: šalǝm (Guttecoven), schraag: šrāx (Stein  [(voor de ploeg)]  ), slede: s(ǝ)lēi̯ (Kermt), slei̯ (Gelinden, ... ), sleǝ (Hechtel), sliǝ (Hechtel, ... ), sli̯ęx (Spalbeek), slē (Beringen, ... ), slē(i̯) (Achel, ... ), slēi̯ (Berbroek, ... ), slēx (Riemst, ... ), slēǝ (Kermt), slęi̯ (Achel, ... ), slęx (Kwaadmechelen, ... ), slę̄i̯ (Gingelom, ... ), slī (Berverlo), slɛi̯ (Gellik, ... ), slɛ̄i̯ (Kanne), šl ̇ęi̯ (Melick), šlei̯ (Mechelen), šlēi̯ (Brunssum, ... ), šlęi̯ (Baexem, ... ), šlęi̯. (Sittard), šlę̄i̯ (Bocholtz, ... ), šlɛi̯ (Eijsden, ... ), sledeplaat: šlęi̯plǭt (Smeermaas  [(voor de eg)]  ), slederaadjes: šlęi̯rę̄tjǝs (Haelen), slederader: šlęi̯rãi̯ǝr (Haelen), sleep: slē.p (Houthalen), slęi̯.p (Achel, ... ), slęi̯p (Eind, ... ), slę̄.p (Helchteren), slę̄i̯p (Milsbeek, ... ), slę̄p (Merselo  [(eg)]  , ... ), slīǝp (Halen), slɛ ̝i̯.p (Geistingen, ... ), slɛ̄.p (Peer), šlēf (Bocholtz  [(eg)]  ), šlēp (Brunssum, ... ), šlęi̯.p (Baarlo, ... ), šlęi̯p (Einighausen, ... ), šlę̄p (Limbricht, ... ), sleepblok: slē(i̯).p˱blǫk (Wijchmaal), slęi̯.p˱blǫk (Opglabbeek, ... ), sleepbred: slęi̯p˱bret (Lottum  [(eg)]  ), sleephout: slē.phō.t (Heers  [(eg)]  , ... ), slēphōt (Boekhout  [(eg)]  ), slęi̯.p(h)ǫu̯.t (Maasmechelen  [(ploeg)]  ), slęi̯.pǫu̯.t (Boorsem  [(oude ploeg)]  , ... ), slęi̯phǫu̯t (Berg  [(eg)]  , ... ), slęi̯pōt (Borlo  [(eg)]  , ... ), slęi̯pǭǝt (Gingelom  [(eg)]  ), slęi̯ǝ.phō.t (Zepperen  [(eg)]  ), slę̄phōt (Oost-Maarland  [(eg)]  ), šlē ̞ǝphōt (Hoensbroek  [(eg)]  ), šlēfhō ̞ts (Bleijerheide  [(ploeg)]  , ... ), šlēfhōts (Simpelveld  [(ploeg)]  ), šlēphō.t (Waubach), šlēphōt (Heerlen, ... ), šlēphǫu̯t (Heerlerheide  [(ploeg)]  , ... ), šlęi̯phǫu̯t (Beek  [(eg)]  , ... ), šlę̄i̯phō ̞u̯t (Mechelen), šlę̄phǭt (Noorbeek, ... ), sleepijzer: šlēp˱īzǝr (Hoensbroek, ... ), sleepje: slęi̯pkǝ (Eisden), sleepkar: slę̄i̯pkar (Aijen), sleepkarretje: slęi̯pkɛrkǝ (Grathem), sleeprad: slę̄i̯prat (Aijen), sleepslooi: slēǝpslōi̯ (Wellen), sleepslui: slęi̯pslø̜i̯ (Borlo), slę̄i̯pslø̜̄i̯ (Niel-Bij-Sint-Truiden), sleepwageltje: sleepwageltje (Rotem), sleepwagen: slēpwāgǝ (Kiewit), sleetje: slei̯kǝ (Beverst  [(wentelploeg)]  ), slīkǝ (Zonhoven), slēi̯kǝ (Achel), slēkǝ (Godschei), slęi̯kǝ (Diepenbeek  [(wentelploeg)]  , ... ), slęxskǝ (Kwaadmechelen), slepenhout: šlęi̯pǝnou̯.t (Eisden  [(vroeger)]  ), sleper: slę̄pǝr (Eksel, ... ), slet / sled / slit / slid: slet (Beringen, ... ), aan welk(e) van dit viertal typen de daaronder vermelde varianten beantwoorden is - zonder hun meervoudsvorm - niet uit te maken  slęt (Beringen, ... ), slets/ slits: slęts (Halen), sleur: sløi̯ǝr (Halen), slø̄r (Paal), slēr (Kiewit), slit: šlet (Bocholtz), šlit (Bleijerheide  [(voor de eg)]  ), slob: šlup (Jabeek), slof: slof (Aijen, ... ), sluf (Montfort), slǫ.f (Achel), šlof (Ulestraten  [voorsteun van de ploegslede]  ), šluf (Baexem), slooi: sloi̯ (Berg, ... ), slōi̯ (Alken, ... ), slǫi̯ (Batsheers, ... ), slooitje: sloi̯kǝ (Ketsingen, ... ), slōi̯kǝ (Engelmanshoven), sloop: slø̄p (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), šlø̄p (Doenrade  [(eg)]  ), sloophout: sløi̯.phǫu̯.t (s-Herenelderen  [(eg)]  ), slø̄.phō.t (Val-Meer  [(eg)]  , ... ), slø̜i̯.phǫu̯.t (Tongeren  [(eg)]  ), slø̜i̯phōt (Vorsen  [(eg)]  ), slui: sløi̯ (Boekhout, ... ), sløę̄i̯ (Gingelom, ... ), sløę̄i̯s (Rummen  [deze opgave lijkt een contaminatie van slui en slets]  ), sløę̄ǝi̯ (Rummen), slø̄ (Halen, ... ), slø̄i̯ (Kozen, ... ), slø̜i̯ (Aalst, ... ), sluitje: slø̜i̯kǝ (Vorsen), stoeltje: stilkǝ (Peer  [(bij wentelploeg)]  ), tram: tram (Limbricht, ... ), transportkas: transpǭrtkas (Lommel), transportradjes: transpǫrtrɛ ̝tjǝs (Lottum), transportwiel: transportwiel (Ittervoort), wageltje: wøę̄gǝlkǝ (Zichen-Zussen-Bolder), wē.gǝlkǝ (Neerharen), wę̄gǝlskǝ (Meldert), wę̄gǝlšǝ (Sint-Pieters-Voeren), wagen: wāgǝ(n) (Hamont) Dit lemma bevat de benamingen voor zowel het wagentje, de slede of een combinatie van beide, waarop men de ploeg en/of de eg naar het land vervoerde, als de kleine slede of het wielenstel c.q. het wieltje dat men onder de ploegzool van een karploeg, zoals de latere wentelploeg (wentelploeg), aanbracht om deze over de weg te kunnen verplaatsen. [N 11, 77a + b; N 11A, 101a + b; N 18, 144; N J, 9; JG 1a + 1b + 1d + 2c; JG 2a-1, 5; monogr.] I-1