e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
trappelende bewegingen maken braken: brǭʔǝ (Tessenderlo), dabben: dabǝ (Afferden, ... ), dabǝn (Achel, ... ), debberen: dǫbǝrǝ (Zolder), denderaar: dɛndǝrīǝr (Neer  [(een paard dat dendert: trappelende bewegingen maakt)]  ), denderen: dɛndǝrǝ (Meeswijk, ... ), drempelen: drɛmpǝlǝ (Venray), drentelen: drɛntǝlǝ (Venlo), dribbelen: drøbǝlǝ (Puth), trampelen: trampǝlǝ (Baarlo, ... ), trampǝlǝn (Urmond), trāmpǝlǝ (America, ... ), trappelen: trabǝlǝ (Hoepertingen), trappǝlǝ (Baexem, ... ), trempelen: trɛmpǝlǝ (Hees, ... ), trɛ̄mpǝlǝ (Kanne), trimpelen: trempǝlǝ (Meeswijk), trippelen: trebǝlǝ (Ottersum), trepǝlǝ (Baexem, ... ), trepǝlǝn (Lommel, ... ), trippelen (Eigenbilzen), tripǝlǝ (Bilzen, ... ), triǝpǝlǝ (Bocholt), tri̯pǝlǝ (Hasselt), trø̄pǝlǝ (Opglabbeek), trēpǝlǝ (Heel, ... ), trīpǝlǝ (Beverst, ... ) Het paard tilt de poten hoog genoeg op, maar werpt ze niet vooruit; het blijft ter plaatse trappelen. [N 8, 70b en 71] I-9