e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
vak van een kast binnenkastje: dicht  binnekestje (Weert), boord: boord (Meeuwen), hoek: hook (Gruitrode, ... ), in de kast: ien de kâst (Oirlo), kastje: kèsje (Gruitrode), leggens: leikes (Noorbeek), loket: loket (Herten (bij Roermond), ... ), lóket (Schimmert), nis: verbörgen  nis (Sittard), regaal: rəjāl (Bleijerheide, ... ), schap: (beuvelste, middelste, ungelste)  sjaap (Ell), schot: schot (Venlo), schutsel: schetsel (Sint-Truiden, ... ), stuk: stök (Rekem), vak: fax (Bleijerheide, ... ), vak (Blerick, ... ), vàk (Opglabbeek, ... ), vák (Tienray), v‧ak (Kinrooi), (groot)  vak (Schimmert), Verklw. vekske  vak (Maastricht, ... ), ¯ne sikkertaer mèt geheim vekskes  vak (Maastricht), vakje: vekske (Buchten, ... ), vekskə (Meijel), vèkskə (Arcen), (klein)  vèkske (Schimmert), open  vekske (Weert), zijvak: zijvak (Ospel) Deel van een kast dat door schotjes of deurtjes van de rest gescheiden is (vak, loket) [N 79 (1979)] || hokje in een kast, doos, lade || plank of vak in een kast || vak || vak in kast of winkel || vak van kast of bureau III-2-1