e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
wak in het ijs ballewits: ballewits (Genooi/Ohé, ... ), bijt: beet (Buggenum), bĕĕt (Bree), biet (Blerick), bīēt (Arcen, ... ), bĭĕt (Bree, ... ), Opm.: de ie is lang.  biet (Meerssen), Opm.: gerekte ie.  ⁄n bīēt (Helden/Everlo), blaas: bloos (Schinveld), boors: boors (Amby), gat: e gaat (Meijel), ei gaat (Kinrooi), ei gāāt (Maasbracht), ein gaat (Tegelen, ... ), ĕn gat (Broekhuizenvorst), gaat (Beegden, ... ), gat (Bergen, ... ), gāāt (Baexem, ... ), goat (Mechelen-Bovelingen, ... ), gàt (Lottum), è gâât (Grubbenvorst), ên gâât (Arcen), Opm.: de a wordt slepend uitgesproken.  ei gaat (Kinrooi), Opm.: de Nederlandse benamingen wak en bijt zijn in ons dialect volkomen onbekend. (aa = sleeptoon).  ⁄n gaat (Tegelen, ... ), Opm.: dit zegt men als het een groot gat is.  gaat (Bree), Opm.: geen aparte uitdrukking bekend.  gaat (Sevenum, ... ), Opm.: meestal zeggen ze dit!  gaat (Meijel, ... ), ps. boven de beide as staan nog ?; deze combinatieletters zijn niet te maken.  en gaat (Horst), gaat (Bree, ... ), gat in het ijs: gaat in e͂t ies (Posterholt), gaat in het ies (Belfeld), ⁄n gaat in ⁄t ies (Venlo), gelong: gallon (Gronsveld), gallong (Schinnen), galong (Mheer, ... ), galoong (Klimmen), galooɛ̄ng (Klimmen), gelong (Berg-en-Terblijt, ... ), gelòng (Hulsberg), glon (Nederweert, ... ), gəlóŋ (Berg-en-Terblijt), (Om water te scheppen).  gloan (Guttecoven), Opm. de nadruk ligt op de ò.  galòn (Mheer), Opm. v.d. invuller: de uniformiteit in deze benaming wordt waarschijlijk veroorzaakt door het feit dat een wak noodzakelijk was voor de watervoorziening; was het er niet, dan werd het dus gemaakt.  gelòng (Ulestraten, ... ), ps. invuller twijfelt over het antwoord!  gəlong ? (Schaesberg), gloom: gloom (Blerick, ... ), glŏŏm (Horst), glôôm (Grathem), (Gat).  gloom (Heel), ijsgat: iesgaat (Dilsen), knelgat: knelgaat (Sevenum), koet: koeit (Vechmaal), koet (Vliermaalroot), kot (Lommel), Opm.: de oe van koe.  koeit (Vechmaal), Opm.: de tweede e is dof.  koeët (Groot-Gelmen), ps. alleen dit woord is bekend bij invuller.  ə kūə.t (Genk), koetje: Opm.: dit zegt men als het een klein gat is.  kietje (Bree), kuil: koel (Vijlen), lok: e loak (Mechelen, ... ), ei loak (Geleen), laok (Klimmen), loak (Sittard), loeak (Noorbeek, ... ), loek (Margraten), look (Maastricht, ... ), louk (Puth), louək (Eys), lowk (Gulpen, ... ), loà.k (Waubach, ... ), loëk (Gronsveld), (Engels al?).  loak (Mechelen), (fort).  lôch (Simpelveld), (in het ies).  look (Heer), Opm.: ch Achlant.  ə louch (Vaals, ... ), Opm.: dit is de algemene benaming voor gat.  look (Ulestraten), ps. of lomek? (niet goed te lezen of het een m of een w is).  lowek ? (Vijlen, ... ), lok in het ijs: look in ⁄t ies (Borgharen), lokgat: Opm.: luchtgat voor de vis.  lochgāāt (Stokkem), mok: mok (Baarlo), onbevroren water: onbevroren wetter (Vliermaalroot), open plaats: ope plaats (Schimmert), open plek: ope plek (Tungelroy), Opm.: geen naam voor (o als in Fr. Saône).  open plek (Heythuysen), sprong: ennen sprung (Arcen), sjprunk (Swalmen), sprijnk (Dilsen), sprunk (Roosteren), ⁄nne sprunk (Maasbracht), Opm.: dit is een betere benaming!  ⁄n sprung (Baarlo), spronggat: Opm.: voor wel.  sprenkgaat (Stokkem), wak: ein wak (Blerick, ... ), ĕn wak (Broekhuizenvorst), vak (Meerlo), wak (Afferden, ... ), ⁄n wak (Baarlo), Opm.: kort.  ⁄n wak (Helden/Everlo), ps. invuller twijfelt over het antwoord!  wak (Bergen), wak in het ijs: wak ien et ies (Merselo), wel: ein wel (Geleen), wel (Linne), ⁄n wel (Baarlo), wrak: wrak (Echt/Gebroek, ... ) bijt in het ijs || gat in het ijs, dat erin gehakt is [DC 44 (1969)] || gat in het ijs, waar het water niet bevroren is [DC 44 (1969)] || wak (in het ijs) [SGV (1914)] || wak, gat in het ijs III-4-4