e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
winteren (leem) breken: brē̜kǝ (Bilzen  [(grote brokken (laten) verpulveren: ook door vorst)]  ), (leem) dood maken: duǝt māxǝ (Spekholzerheide), afsterven: āfštęrǝvǝ (Klimmen), broeien: brȳjǝ (Loksbergen), in de rot: en dǝr rǫt (Klimmen), kapotvriezen: kapǫt˲vryzǝ (Bocholtz, ... ), kapǫt˲vrēzǝ (Elsloo), kortvriezen: kǫrt˲vrī̄zǝ (Venray), kǫrt˲vrē̜zǝ (Nunhem), mouden: mǫwǝ (Bilzen), rotten: rǫtǝ (Maastricht, ... ), uitmouden: ǫwtmǫwǝ (Bilzen), versterven: vǝrštę ̞rǝvǝ (Tegelen), zompen: zumpǝ (Echt) Gezegd van klei die op de voorraadplaats gedurende de winter of de ligtijd een rottingsproces ondergaat. De woordtypen mouden of uitmouden waren in Q 83 gebruikelijk in de betekenis ø̄̄met vocht vermengen, knedenø̄̄. De zegsman hier gebruikt de woorden in een afwijkende betekenis: ø̄̄van klei, door weer en wind gebroken wordenø̄̄. [N 98, 60; monogr.] II-8