e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
worm- en horzelgat ader: ǫwǝr (Tessenderlo), angel: aŋǝl (Schimmert), angelbijtel: aŋǝlbęjtǝl (Geulle), angelbout: aŋǝlbots (Heerlerheide, ... ), aŋǝlbø̜ts (Gulpen, ... ), aŋǝlbǫwt (Schinnen), angelenplek: (mv)  aŋǝlǝplɛkǝ (Molenbeersel), angelsbeet: aŋǝlsbiǝt (Klimmen), angelsteek: angelsteek (Maastricht), beet: bet (Montzen), daasplaats: dāsplāts (Venlo), dode plek: duǝ plɛk (Panningen), fehler: fejǝlǝr (Heerlen), fout: fāt (Sint-Truiden), fǫwt (Helden), hambijsteek: hambijsteek (Dilsen), horzelbeet: hǫrzǝlbę̄t (Maasbree, ... ), hǫrzǝlbīt (Weert), horzelplek: hǫrzǝlplɛk (Montfort), horzelsteek: hǫrzǝlštę̄k (Posterholt), larvebeet: larvebeet (Zonhoven), maaikot: mǫjkut (Bilzen), (mv)  mǭkutǝr (Diepenbeek), nerfbeschadiging: nerfbeschadiging (Maastricht), nutte plaats: nøtǝ plāts (Schimmert), slecht stuk: šlę̄t štøk (Wittem), slechte plaats: šlɛxtǝ plāts (Schimmert), steek: šti-jǝk (Heerlen), steek van paardshorezen: štex van pęǝtshorǝzǝ (Bleijerheide), stuk in het leer: štøk en ǝt lę̄r (Schimmert), vuile plek: vūl plɛk (Neeritter) Gat in het leer, veroorzaakt door een horzelsteek. Runderhorzels leggen hun eieren in de huid van de koe. Als de larven er weer uit zijn gekropen, blijft er een klein gaatje over, dat weliswaar weer dichtgroeit, maar toch altijd een zwakke en lelijke plek in het leer blijft geven (Liedmeier, pag. 2). Steken van andere insecten kunnen dezelfde kwaliteitsverminderende invloed op het leer hebben. [N 60, 7b; N 36, 7] II-10