e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q115p plaats=Schin-op-Geul

Overzicht

Gevonden: 156

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ringbaard ronde baard: unne ronne baard (Schin-op-Geul) ringbaard (visschersbaard) [DC 01 (1931)] III-1-1
royaal royaal (<fr.): rooiaal (Schin-op-Geul) royaal [DC 02 (1932)] III-3-1
rug rug: rök (Schin-op-Geul) rug [DC 01 (1931)] III-1-1
scheen scheen: scheen (Schin-op-Geul) scheen - welk gedeelte van het lichaam wordt er mee bedoeld? [DC 01 (1931)] III-1-1
sik sik: sik (Schin-op-Geul) sik (onder aan de kin of aan de onderlip?) [DC 01 (1931)] III-1-1
slaan slaan: sloan (Schin-op-Geul), sloan dich um de oäre (Schin-op-Geul) ik sla je (met de potlepel) om je oren [DC 03 (1934)] || slaan [DC 02 (1932)] III-1-2
sneeuwen sneeuwen: snieje (Schin-op-Geul) sneeuwen [DC 03 (1934)] III-4-4
sneeuwx sneeuw: ps. onder de è staat nog een boogje („ deze combinatieletter is niet te maken.  snièj (Schin-op-Geul) sneeuw [DC 03 (1934)] III-4-4
snijtand snijtand: snietand (Schin-op-Geul) snijtand [DC 01 (1931)] III-1-1
snor snor: schnor (Schin-op-Geul) snor (knevel) [DC 01 (1931)] III-1-1