e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L269a plaats=Hout-Blerick

Overzicht

Gevonden: 1253
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
witte, buitenlandse bloem buitenlandse bloem: būtǝlantšǝ blōm (Hout-Blerick), fabrieksmeel: fǝbriksmē̜.l (Hout-Blerick) De bakkwaliteit van bloem gemalen van harde tarwe is beter dan die van bloem ge-malen van zachte tarwe (Schoep blz. 7). Hetzelfde geldt voor de rogge. Omdat in het algemeen de buitenlandse tarwe en rogge harder zijn dan de inlandse, kan men zeggen dat de buitenlandse bloem een betere bakkwaliteit heeft dan de inlandse bloem. [N 29, 15b; N 29, 16] II-1
wollen muts (kinderen) kap: kap (Hout-Blerick) muts van wol (gebreid) voor kinderen [N 25 (1964)] III-1-3
wormsteek (subst.) wormsteek: wormsteek (Hout-Blerick) wormstekig ve appel (subst.) [DC 23 (1953)] III-2-3
wormstekig gepierd: gepeerd (Hout-Blerick) wormstekig ve appel [DC 23 (1953)] III-2-3
wortelklomp van een struik boks: boks (Hout-Blerick) [N 27, 9c] I-8
wortels rooien puisten: pystǝ (Hout-Blerick) Dennenwortels met een hefboom uit de grond trekken. [N 27, 8c] I-8
worteltje worteltjes: wurtelkes (Hout-Blerick) De kleine soort penen die men in de moestuin kweekt [N Q (1966)] I-7
wrang wreed: wrieëd (Hout-Blerick) wrang [DC 26 (1954)] III-2-3
zaad, zaaigoed gezaads: gǝzǭts (Hout-Blerick) Hetgeen men uitstrooit, zaait op het land; de verzamelnaam. Zie voor het enkelvoudige begrip "zaadje" achterin het lemma. Vergelijk ook het lemma graankorrel (2.6). De typen gezaads en gezaams worden voornamelijk gebruikt voor (tuin)zaden. (m) achter de plaatscode geeft aan dat uitdrukkelijk is opgegeven dat ''zaad'' er een "de-woord" is. [N M, 22; JG 1a, 1b; Wi 5; RND 111; monogr.] I-4
zaaien zaaien: zɛi̯ǝ (Hout-Blerick) [N 15, 1a; JG 1a, 1b; A 2, 70; L A2, 234; L 8, 102; L 24, 6a; S 45; Wi 40; RND 111; monogr.] I-4