e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q115p plaats=Schin-op-Geul

Overzicht

Gevonden: 156

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
spreken, praten praten: proaten (Schin-op-Geul), spreken: schprèke (Schin-op-Geul) praten [DC 02 (1932)] || spreken; ik versta jullie niet, jullie moeten een beetje harder - [DC 03 (1934)] III-3-1
staan staan: stoan (Schin-op-Geul) staan [DC 02 (1932)] III-1-2
staart staart: schtaart (Schin-op-Geul) staart [DC 02 (1932)] III-4-2
straat straat: stroat (Schin-op-Geul) straat [DC 02 (1932)] III-3-1
stuiken kuiltjeschieten: kuulke sjeete (Schin-op-Geul), stuiken: sjtoeke (Schin-op-Geul) Hoe worden (werden) de verschillende knikkerspelen genoemd? [N R (1968)] III-3-2
tand tand: tand (Schin-op-Geul) tand [DC 01 (1931)] III-1-1
teelballen kloten: kloote (Schin-op-Geul), zakballen: zakballe (Schin-op-Geul) [N 10c (1995)] III-1-1
teen teen: tijèn (Schin-op-Geul) teen (toon) [DC 01 (1931)] III-1-1
tong tong: tong (Schin-op-Geul) tong [DC 01 (1931)] III-1-1
ui, ajuin unne: unne (Schin-op-Geul) I-7