e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q115p plaats=Schin-op-Geul

Overzicht

Gevonden: 156

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
voetzool zool: zōal (Schin-op-Geul) zool [DC 01 (1931)] III-1-1
voordeur, huisdeur voordeur: vø&#x0304rdø&#x0304r (Schin-op-Geul) voordeur [N 55 (1972)] III-2-1
voorhoofd voorhoofd: veurhuit (Schin-op-Geul) voorhoofd [DC 01 (1931)] III-1-1
voorhuid vel: vel (Schin-op-Geul) voorhuid van de penis [N 10c (1995)] III-1-1
vork fourchette: versjèt (Schin-op-Geul) vork om mee te eten [Roukens 03 (1937)] III-2-1
vrouwelijk geslachtsdeel fluit: Schertsend.  fluit (Schin-op-Geul), kut: kut (Schin-op-Geul), pruim: Gewoon.  prèùm (Schin-op-Geul) [N 10c (1995)] III-1-1
vrouwziek wijvergek: wijvergek (Schin-op-Geul) vrouwziek [keeterig] [N 10C (zj)] III-2-2
weersgesteldheid weer: wèr (Schin-op-Geul) weer [DC 03 (1934)] III-4-4
wenkbrauw oogsbrauw: augsbrŏh (Schin-op-Geul) wenkbrauw [DC 01 (1931)] III-1-1
werk (zn) werk: werk (Schin-op-Geul) werk; ben je klaar met je -? [DC 03 (1934)] III-3-1