e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L313p plaats=Sint-Huibrechts-Lille

Overzicht

Gevonden: 1801
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bisschop bisschop: bisschop (Sint-Huibrechts-Lille) Een bisschop [busschop, biskop, bissjep]. [N 96D (1989)] III-3-3
bits pittig: pittig (Sint-Huibrechts-Lille, ... ) Hoe zegt ge << hij is nogal bits, scherp, prikachtig>> in zijn manier van spreken. [ZND 40 (1942)] III-1-4, III-3-1
blaar blaar: blaar (Sint-Huibrechts-Lille, ... ), blaor (Sint-Huibrechts-Lille, ... ) een blaar (wanneer men zich heeft verbrandt) [ZND 32 (1939)] || een blaar in de handen door het vasthouden van een werktuig, bv. een hamer [ZND 32 (1939)] || een blaar onder de voeten, door het gaan veroorzaakt [ZND 32 (1939)] III-1-2
blaasbalg van het orgel blaasbalg: blaasbalg (Sint-Huibrechts-Lille) De blaasbalg van het orgel. [N 96B (1989)] III-3-3
bladrozet van de paardebloem ganstong: gau̯wstoŋ ?? (Sint-Huibrechts-Lille), ganzentong: Voor de plant.  ganzetong (Sint-Huibrechts-Lille) paardebloem [ZND 05 (1924)] || paardebloem, bladrozet van III-4-3
blaffen bassen: b‧asən (Sint-Huibrechts-Lille) blaffen [Goossens 1b (1960)] III-2-1
blaker blaker: blaker (Sint-Huibrechts-Lille) het pannetje, van een oor voorzien, waarop de kaars wordt gezet [ZND 36 (1941)] III-2-1
blauwe bosbes bosbeer: verzamelfiche, ook mat. van ZND02, 3 en ZND16, 2  boͅsbēr (Sint-Huibrechts-Lille), olsbeer: verzamelfiche, ook mat. van ZND02, 3 en ZND16, 2  oͅlsbēr (Sint-Huibrechts-Lille) bosbes, alg. [ZND 01 (1922)] III-4-3
blauwe reiger, reiger reiger: reiger (Sint-Huibrechts-Lille) reiger [ZND 41 (1943)] III-4-1
bleek bleek: bleek gezicht (Sint-Huibrechts-Lille), blīək (Sint-Huibrechts-Lille), hij is bleek (Sint-Huibrechts-Lille), wit: hɛ: is (kikt) zu wit (Sint-Huibrechts-Lille) bleek [ZND 01 (1922)] || hij heeft een flets gezicht (bleekgeel, ziekelijk) [ZND 23 (1937)] || hij is zo bleek [ZND 21 (1936)] III-1-2