e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L313p plaats=Sint-Huibrechts-Lille

Overzicht

Gevonden: 1801
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zegen aan het eind van de mis zegening: zaegening (Sint-Huibrechts-Lille) De zegen, de benedictie door de priester gegeven aan het eind van de mis. [N 96B (1989)] III-3-3
zeggen zeggen: zeͅyən (Sint-Huibrechts-Lille) zeggen [ZND 08 (1925)] III-3-1
zeswekenmis zesweekse mis: zeswaekse mis (Sint-Huibrechts-Lille) Een mis die zes weken na iemands overlijden wordt opgedragen. [N 96B (1989)] III-3-3
zeveren zeveren: zīəvərt (Sint-Huibrechts-Lille, ... ) Het kind zevert (als het tanden krijgt). [ZND 08 (1925)] III-1-1
zich bemoeien met bezig houden: bezig houden (Sint-Huibrechts-Lille), moe maken: mɛ møj makən (Sint-Huibrechts-Lille), moeien: zex mujən meͅ īts (Sint-Huibrechts-Lille) ik kan me daarmee niet bemoeien [ZND 21 (1936)] || zich bemoeien met [ZND 01 (1922)] III-3-1
zich inbeelden zich inbeelden: ook materiaal znd 27, 39  zich [eͅnbēlən (Sint-Huibrechts-Lille) inbeelden [ZND 01 (1922)] III-1-4
zich laten inschrijven voor het huwelijk bij de pastoor naar de pastoor gaan: nao de pestoeër gaon (Sint-Huibrechts-Lille) Zich laten inschrijven voor het huwelijk bij de pastoor, "naar pastoor gaan". [N 96D (1989)] III-3-3
ziek ziek: zik (Sint-Huibrechts-Lille), zīk (Sint-Huibrechts-Lille) ziek [ZND 08 (1925)] III-1-2
ziekte ziekte: de ziekte is besméttelijk (Sint-Huibrechts-Lille), zikdə (Sint-Huibrechts-Lille), ziktə (Sint-Huibrechts-Lille) die ziekte is besmettelijk [ZND 32 (1939)] || ziekte [ZND 08 (1925)] III-1-2
ziel ziel: ziel (Sint-Huibrechts-Lille) De ziel [zieël, zie.l, zeel]. [N 96D (1989)] III-3-3