e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L313p plaats=Sint-Huibrechts-Lille

Overzicht

Gevonden: 1801

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aap aap: aap (Sint-Huibrechts-Lille) Aap. [ZND 32 (1939)] III-3-2
aardbei aardbeer: eͅrbēr (Sint-Huibrechts-Lille), eͅrtbēr (Sint-Huibrechts-Lille), ɛ̄rbēr (Sint-Huibrechts-Lille), aardbezie: eͅrbezie (Sint-Huibrechts-Lille) [DC GV (1935) M] [ZND 19A (1936)] I-7
aars gat: gōͅət (Sint-Huibrechts-Lille), kot: koot (Sint-Huibrechts-Lille) aars [ZND 01 (1922)] || aars, darmuitgang [N 10c (1995)] III-1-1
aarsspleet reet: re:t (Sint-Huibrechts-Lille), voor: vo:r (Sint-Huibrechts-Lille) aarsspleet tussen de billen [N 10c (1995)] III-1-1
aartsbisschop aartsbisschop: aartsbisschop (Sint-Huibrechts-Lille) Een aartsbisschop [ärtsbiskop]. [N 96D (1989)] III-3-3
aartsengel aartsengel: aartsingel (Sint-Huibrechts-Lille) Een aartsengel (zoals Gabriël, Michaël, Rafaël). [N 96D (1989)] III-3-3
aas in het kaartspel aas: azen (Sint-Huibrechts-Lille), harten aas (Sint-Huibrechts-Lille), ōͅəs (Sint-Huibrechts-Lille), rutən oͅəs (Sint-Huibrechts-Lille), schyppən ōās (Sint-Huibrechts-Lille, ... ), schøpənōͅəs (Sint-Huibrechts-Lille, ... ), haas: hartən hoas (Sint-Huibrechts-Lille), hòazen (Sint-Huibrechts-Lille), rutən hōās (Sint-Huibrechts-Lille) Aas (kaartspel). [ZND 01 (1922)] || Aas: harten aas (in het kaartspel). [ZND 19A (1936)] || Aas: ruiten aas (kaartspel). [ZND 06 (1924)] || Aas: schoppen aas (kaartspel). [ZND 06 (1924)] || Ik heb de vier azen. [ZND 19A (1936)] || Schoppen: schoppen aas (kaartspel). [ZND 06 (1924)] III-3-2
absis absis (lat.): absis (Sint-Huibrechts-Lille) De halfronde of meerhoekige uitbouw van het priesterkoor waarin het hoofdaltaar staat [absis]. [N 96A (1989)] III-3-3
absolutie absolutie (<fr.): absolutie (Sint-Huibrechts-Lille) Absolutie [abseloetsioeën]. [N 96D (1989)] III-3-3
abt overste: overste (Sint-Huibrechts-Lille) Een overste in een klooster, abt [euverste, opperste]. [N 96D (1989)] III-3-3