e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L313p plaats=Sint-Huibrechts-Lille

Overzicht

Gevonden: 1801

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
abuis abuis: des abys (Sint-Huibrechts-Lille), ook materiaal znd 19a,6  aby(3)̄s (Sint-Huibrechts-Lille), dɛs abys (Sint-Huibrechts-Lille), mis: dat is mis (Sint-Huibrechts-Lille), niet waar: det is niet waar (Sint-Huibrechts-Lille), ook materiaal znd 19a,6  det is nit wour (Sint-Huibrechts-Lille) abuis [ZND 01 (1922)] || Dat is mis. [ZND 38 (1942)] || Ge zijt abuis (= ge vergist u). [ZND 19 (1936)] III-1-4
achterdocht achterdenken: ik kan gen achterdenken (Sint-Huibrechts-Lille), ook materiaal van vr.lijst 32, vr. 44  ik han gen achterdenken (Sint-Huibrechts-Lille), achterdocht: ook materiaal van vr.lijst 32, vr. 44  āxtərdoͅxt (Sint-Huibrechts-Lille), erg: ik had er geen er in (Sint-Huibrechts-Lille), ook materiaal van vr.lijst 32, vr. 44  ik han geen erg in (Sint-Huibrechts-Lille) achterdocht [ZND 01 (1922)] || ik had geen achterdocht (ik vermoedde geen kwaad) [ZND 32 (1939)] III-1-4
achterste gat: gōͅət (Sint-Huibrechts-Lille), kont: kont (Sint-Huibrechts-Lille) [N 10c (1995)]achterste [ZND 01 (1922)] III-1-1
achteruitgaan achteruitgaan: achtərutgoən (Sint-Huibrechts-Lille), Opm.: huppen = achteruitgaan v.e. paard.  achteroetgoan (Sint-Huibrechts-Lille) achteruitgaan, wijken, deinzen [ZND 33 (1940)] III-1-2
adem adem: oͅjəm (Sint-Huibrechts-Lille), asem: ik kon mijn azem niet krijgen (Sint-Huibrechts-Lille), osəm (Sint-Huibrechts-Lille) adem [ZND 01u (1924)] || ademen [ZND 01 (1922)] || Ik kon niet ademen [ZND 19 (1936)] III-1-1
ademen ademen: ik kon niet ademen (Sint-Huibrechts-Lille), oͅjəmən (Sint-Huibrechts-Lille), asem krijgen: ik kon mijn azem niet krijgen (Sint-Huibrechts-Lille), asemen: ich kan nɛ øsəmən (Sint-Huibrechts-Lille), osəmə (Sint-Huibrechts-Lille), osəmən (Sint-Huibrechts-Lille) ademen [ZND 01 (1922)], [ZND 01u (1924)] || Ik kon niet ademen [ZND 19 (1936)] III-1-1
ader ader: de aderen van zijn voorhoofd (Sint-Huibrechts-Lille), de oar van zinə kop (Sint-Huibrechts-Lille), een ader opensnijden (Sint-Huibrechts-Lille), ōͅr (Sint-Huibrechts-Lille), ən oar o:pəsniən (Sint-Huibrechts-Lille) ader [ZND 01 (1922)] || de aderen van zijn voorhoofd [ZND 19 (1936)] || een ader opensnijden [ZND 19 (1936)] III-1-1
advent advent (<lat.): advent (Sint-Huibrechts-Lille) De tijd van vier zondagen voor Kerstmis (Advent, kleine vasten). [N 96C (1989)] III-3-3
afdak afdak: āf˂dāk (Sint-Huibrechts-Lille, ... ) afdak [ZND 01 (1922)], [ZND 06 (1924)], [ZND 12 (1926)] III-2-1
afgunst jaloezie (<fr.): jaloezie (Sint-Huibrechts-Lille) Afgunst, jaloezie. [N 96D (1989)] III-3-3