e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q115p plaats=Schin-op-Geul

Overzicht

Gevonden: 156

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
geluidloos een wind laten ene stiekem laten: unne stiekum lotte vlegen (Schin-op-Geul) geluidloos een wind laten [feuze, bussinge] [N 10c (1995)] III-1-1
gemakkelijk gemakkelijk: gemèkkelig (Schin-op-Geul), op zijn gemak: op zie gemaak (Schin-op-Geul) gemakkelijk [DC 02 (1932)] || op zijn gemak [DC 02 (1932)] III-1-4
gereed vaardig: vèrdig (Schin-op-Geul) gereed, klaar [DC 03 (1934)] III-1-4
geslachtsdelen (alg.) getuig: getuig (Schin-op-Geul) geslachtsdelen in het algemeen [N 10c (1995)] III-1-1
geslachtsgemeenschap hebben nummertje maken: nummerke maken (Schin-op-Geul) geslachtsgemeenschap uitoefenen [N 10C (zj)] III-2-2
gezicht gezicht: gezig (Schin-op-Geul) gezicht [DC 01 (1931)] III-1-1
gracht gracht: grach (Schin-op-Geul) gracht [DC 02 (1932)] III-3-1
groeien groter worden: groäter wèrde (Schin-op-Geul), wassen: wasse (Schin-op-Geul) groeien (Je bent nog niet groot genoeg om een flesch wijn leeg te drinken, je moet eerst nog wat groeien en grooter worden.) [DC 03 (1934)] || groter worden (Je bent nog niet groot genoeg om een flesch wijn leeg te drinken, je moet eerst nog wat groeien en grooter worden.) [DC 03 (1934)] III-1-1
grootx groot: groäd (Schin-op-Geul) groot [DC 03 (1934)] III-4-4
grote knikker marbel: marbel (Schin-op-Geul) Een grote knikker. [N R (1968)] III-3-2