e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q247a plaats=Sint-Pieters-Voeren

Overzicht

Gevonden: 843

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
biggen werpen baggelen: b˙aqǝlǝ (Sint-Pieters-Voeren) Biggen ter wereld brengen. [N 19, 13; JG 1a, 1b, 2c; monogr.; N C, add.] I-12
bijenkorf bijenkaar: bi-jǝkā.ǝr (Sint-Pieters-Voeren) Van roggestro of buntgras gevlochten korf voor bijen. Het houden van bijen in korven is de ouderwetse vorm, ook wel de vaste bouw genoemd. De kast heeft de korf tegenwoordig veelal vervangen. Men spreekt dan van losse bouw (De Roever, pag. 149). De korf werd meestal met dikke, brede windingen gevlochten van met de hand gedorst stro, bijeengehouden door Spaans riet of voorheen ook wel gespleten braamtakken of dennenwortels of soms wilgetakken. Er bestaat een grote verscheidenheid aan soorten korven: grote en kleine, hoge en lage, korven met één of twee vlieggaten, met en zonder spongaten die het voeren moeten vereenvoudigen. Voor al die korven geldt echter dezelfde bedrijfswijze als die met korven van het Drents model. De ronde strokorf van Drente heeft een doorsnede van ± 40 cm bij een ongeveer gelijke hoogte. Ter bescherming tegen koude en regen of ook wel ter versteviging van oude korven besmeert men de korf, hetzij van buiten hetzij van binnen, met leem of kleiaarde, vermengd met gerstekaf of koemest met as of kalk. Soms wordt de korf met bunt of smelen overdekt. [N 63, 2a; N 63, 1a; N 63, 8; L 1a-m; L 1u, 13; L 16, 7; S 3; JG 1a + 1b; Ge 37, 12; A 9, 4; N 40, 137; monogr.] II-6
bikkel(s) titsknook: te.tšknōͅa.k, -knø͂ͅa.k (Sint-Pieters-Voeren) De bikkel, beentje uit de voet van varkens (of schapen), waarmee de meisjes vroeger bikkelden. III-3-2
bikkelen tikken: tîkə [te.kə} (Sint-Pieters-Voeren), titsen: tîtšə [te.tšə} (Sint-Pieters-Voeren) Tikkelen: pikkelen of bikkelen. III-3-2
binnenbeer binnenbeer: benǝbiǝr (Sint-Pieters-Voeren) Mannelijk varken dat door geslachtelijke afwijking niet als zodanig herkenbaar is. Men noemt een varken een binnenbeer, als het slecht gesneden is of als men het moeilijk kan castreren. Doorgaans is het een mannelijk varken waarbij de teelballen niet zijn ingedaald. [N 19, 10; JG 1a, 1b, 1d; L 37, 49e; monogr.; N 76, 10 add.] I-12
bioscoop cinema: Karte 240.  cinema (Sint-Pieters-Voeren) (Ich gehe ins) Kino. III-3-2
bit gebit: gǝbet (Sint-Pieters-Voeren) IJzeren mondstuk aan het hoofdstel dat men een paard in de mond, boven de onderkaak legt, en waaraan de teugels bevestigd zijn. De meeste bitten bestaan uit een rechte stang, sommige hebben een beugel in het midden om te voorkomen dat het paard zijn tong op de stang legt. Voor enkele plaatsen (L 270, Q 75, 94, 169, 174 en179) wordt gemeld dat de opgegeven term ook ter aanduiding van het wolfsgebit gebruikt wordt. [JG 1a, 1b, 2b; N 13, 19, 38b, 41; L 35, 45b; monogr.] I-10
blad, bladeren van een plant blader: blāi̯ǝr (Sint-Pieters-Voeren), bl˙ār/bl˙ē̜r (Sint-Pieters-Voeren) Blad, als deel van een plant. De meervouden en verkleinwoorden zijn apart behandeld. [JG 1a, 1b; A 3, 1; L 1, a-m; L 4, 1; L 14, 16; L 32, 21; S 3; R 7, 25; R 12, 26; monogr.] I-4
blaffen bletsen: bleͅ.tšə (Sint-Pieters-Voeren) blaffen III-2-1
blauwe bosbes worbel: verzamelfiche, ook mat. van ZND02, 3 en ZND16, 2  worbele (Sint-Pieters-Voeren) bosbes, alg. [ZND 01 (1922)] III-4-3