e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q115p plaats=Schin-op-Geul

Overzicht

Gevonden: 156

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
knieholte hees: hiès (Schin-op-Geul) knieholte [DC 01 (1931)] III-1-1
knikker huif: mit huuve sjeete (Schin-op-Geul) Over het knikkerspel: het knikkeren. [N R (1968)] III-3-2
knikkeren met huiven schieten: mit huuve sjeete (Schin-op-Geul) Over het knikkerspel: het knikkeren. [N R (1968)] III-3-2
koken (intr.) koken: koake (Schin-op-Geul) koken [DC 03 (1934)] III-2-3
kuit kuit: knij (Schin-op-Geul) kuit (wade) [DC 01 (1931)] III-1-1
kwaal kwaal: kwoal (Schin-op-Geul) kwaal [DC 02 (1932)] III-1-2
leeg, niets bevattend leeg: lèg (Schin-op-Geul) leeg (ijdel, ijl, laas) [DC 03 (1934)] III-4-4
lichaam lijf: lief (Schin-op-Geul) buik (lijf) [DC 01 (1931)] III-1-1
lieveheersbeestje molenpaardje: meulepärdje (Schin-op-Geul) lieveheersbeestje [Roukens 03 (1937)] III-4-2
lip lip: lup (Schin-op-Geul) lip [DC 01 (1931)] III-1-1