e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
blad van de zicht blad: blat (Bocholt, ... ), blau̯ǝt (Kermt), blāt (Baarlo, ... ), blǫǝi̯t (Borgloon), blǫǝt (Achel), blǭ.t (Beverst, ... ), blǭt (Gronsveld, ... ), blǭǝt (Hamont, ... ), mes: męs (As, ... ), pik: pek (Beringen, ... ), zicht: [zicht] (America, ... ), zichtblad: zex˱blat (Holtum), zixt˱blāt (Kiewit), zichteblad: zextǝblāt (Herten, ... ), zitǝblat (Bocholtz), zīǝtǝblāt (Mechelen), zichtewerk: zixtǝwęrǝk (Zichen-Zussen-Bolder) Het gebogen ijzeren deel van de zicht dat aan de onderkant van de steel bevestigd is. Met de scherpe, holle kant wordt het koren, graan, enzovoorts gemaaid. Vergelijk de algemene toelichting bij paragraaf 4.2 met name voor wat betreft de gelijkenis van het blad van de zicht met dat van de zeis, en ook de toelichting bij het lemma ''blad van de zeis'' (3.2.11) in aflevering I.3 en de daarbij horende kaart. Zoals bij de zeis vindt men ook hier, bij het "werkende deel" van het gereedschap, de benamingen van het gereedschap als geheel: zicht en pik. Zie afbeelding 5. Voor de fonetische documentatie van het woord [zicht] zie het lemma ''zicht'' (4.3.1). [N 18, 70c; JG 1a; monogr.] I-4