e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
de akker bewerken (het land) vaardigmaken: viárǝxmǭ.kǝ (Zonhoven), viǝdexmākǝ (Cadier), viɛrexmǭ.kǝ (Zonhoven), vē̜rexmǭ.kǝ (Genk, ... ), vīǝdexmǭ.kǝ (Heesveld-Eik), (het land, de grond) beakkeren: bǝakǝrǝ (Stramproy), akkeren: akǝrǝ (As, ... ), bewerken: bǝwerǝkǝ (Doenrade, ... ), bǝwērǝkǝ (Rotem), bǝwęrǝkǝ (Merselo, ... ), bǝwɛ ̝rǝkǝ (Vliermaal), in orde maken: in ǫrdǝ mākǝ (Siebengewald), in één gang klaarmaken: en ęi̯nǝ ga.ŋk klǭrmākǝ (Heythuysen), kleinmaken: klei̯nmǭ.kǝ (Diepenbeek), labeuren: labeuren (Achel, ... ), labi̯ø̄rǝ (Grote-Spouwen, ... ), labi̯ø̜̄rǝ (Hoeselt, ... ), labi̯ē̜rǝ (Grote-Spouwen), labȳi̯rǝ (Sint-Lambrechts-Herk), labȳǝrǝ (Borgloon, ... ), labøi̯ǝrǝ (Tessenderlo), labø̄ ̝ǝrǝ (Broekom, ... ), labø̄rǝ (Aldeneik, ... ), labø̄rǝ(n) (Overpelt), labø̜̄i̯rǝ (Borlo, ... ), labø̜̄rǝ (Bocholt, ... ), labø̜̄rǝn (Hamont, ... ), labø̜̄ǝrǝ (Kwaadmechelen), labø̜ǝrǝ (Halen), labērǝ (Beverst, ... ), labē̜rǝ (As, ... ), labīǝrǝ (Bilzen, ... ), lǝbiørǝ (Tongeren), lǝbȳǝrǝ (Romershoven), lǝbø̄rǝ (Boekt Heikant, ... ), lǝbø̜̄rǝ (Donk, ... ), lǝbø̜̄rǝ(n) (Houthalen), lǝbērǝ (Hasselt, ... ), lǝbēǝrǝ (Kermt), lǝbē̜rǝ (Zutendaal), laboreren: labǝrērǝ (Engelmanshoven), land werken: op ǝt lãnt wɛ ̝rǝkǝ (Aijen), op˱ ǝt lãnt wē̜rǝkǝ (Horst), onder de ploeg hebben: ǫndǝr dǝ plōx hø̜bǝ (Ulestraten), vaardigmaken voor te zaaien: vęǝdexmāxǝ vø ̞̞r tsǝ zīǝnǝ (Simpelveld), varen: vārǝ (Opitter), vǫǝ.rǝn (Eksel), voor de herfst bouwen: vø ̞r dǝn hɛrǝfst˱ bǫu̯ǝ (Lottum, ... ), voor de lente bouwen: vø ̞r dǝ lentǝ bǫu̯ǝ (Lottum), vø̜r dǝ lęŋtǝ bǫu̯ǝ (Sevenum), voor de winter bouwen: vø ̞r dǝ we.ntǝr bǫu̯ǝ (Lottum), vør dǝ weŋtǝr bǫu̯ǝ (Sevenum), zaaiklaar maken: zɛi̯klǭr mākǝ (Heythuysen, ... ), zɛ̄ ̝i̯klǭr mākǝ (Aijen, ... ), zɛ̄i̯klǭr mākǝ (Kronenberg, ... ), zaairijp maken: zɛ̄i̯rip mākǝ (Siebengewald), zwaar werk doen: zwǭr wɛrǝk˱ døn (Lommel) Al het werk op de akker samen (bemesten, ploegen, eggen, rollen enz.) kan als één geheel gezien worden. Het werk op de akker staat dan in tegenstelling tot het werk op de boerderij. Het woord labeuren blijkt de volgende betekenisnuances te hebben: a. al het werk op de akker tot deze gereed is om bezaaid of beplant te worden, b. al het werk op de akker, het zaaien of planten inbegrepen, c. al het werk op de akker in het algemeen, soms met inbegrip van het oogsten. Vaak heeft het de bijbetekenis van zwaar werk verrichten. Opgaven van labeuren de zin van "het boerenbedrijf uitoefenen" of met "zwaar werk doen" als hoofdbetekenis zijn hier niet opgenomen. [N 5A, 95a add.; N 11A, 132 add.; N 11A, 143; JG 1a + 1b; L 37, 11c; monogr.] I-1