e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
meetje steken cent gooien: cent gooje (Nieuwstadt), cent steken: cent steke (Montfort), sentsjteeke (Swalmen), seͅntsjtēkə (Susteren), Vgl. pag. 426 sub sjtaeke: sente sjtaeke (zie sent [*]).  sentsjtaeke (Swalmen), centen schieten: sente sjeete (Bocholt), centen steken: cente sjtaeke (Sittard), cente staeke (Eys), cente staike (Ittervoort), seͅntə sjtekə (Nieuwenhagen), seͅntəsjtēͅkə (Heerlen), tsentse sjtikke (Kerkrade), [Zie afbeelding pag. 581].  sente sjtaeke (Sittard), Sub sjtikke.  tsentse sjtikke (Kerkrade), Sub tsents.  tsents sjtikke (Kerkrade), centje gooien: centje gooien (Born), centje steken: centje staeke (Tungelroy, ... ), centje staike (Ell), centje steke (Montfort), sentje steeke (Heel), dammen: Spelletje, vero. Niets te maken met het moderne dambordspel (&lt; Fr. dame): z. DC &amp; T, deel III, pag. 63 (o. peeschieten) en R. dam zijn.  damme (Hasselt), Verouderde benaming voor het huidige *schramschieten (z. ald.). Niets uit te staan met het modernere dambordspel (&lt; Fr. dame): z. DCXT, deel III, p. 63 (o. peeschieten) en R. dam zijn.  damme (Zonhoven), een brog schieten: Ik ga n brog schieten: Ik ga mijn scheut op de koord gooien.  n brog schieten (Zonhoven), flikken: flekə (Venlo), flikken (Maastricht), flitsen: flietsche (Eys), jassen: jasse (Schimmert), kappen: kappen (Stal), ketsen: I, II.  kêtsë (Tongeren), koppen: 1. Onthoofden; 2. Koppen (laatkoppen zetten).  köppe (Sittard), kramschieten: kramsjietë (Hoeselt), Beschrijving s.v. Het ijzerspel bij J. Frère, L.V., I, pag. 160-162.  kramsjīētë (Tongeren), krapje smijten: kreͅpkə smitə (Gennep), Sub krébke: op de grond getrokken streep; krasje.  krébke smiete (Gennep), kreisje (<du.) bruien: kretsje bruuje (Mheer), kwartje steken: kwaartje staeke (Kinrooi), lijntje schieten: lijnke sjieten (Eigenbilzen), litsen: leitsje (Epen), letsə (Maastricht), lietsje (Kesseleik, ... ), litsche (Itteren), litse (Bilzen, ... ), litse (?) (Bilzen), litsje (Merkelbeek, ... ), litsjə (Eys, ... ), litsë (Hoeselt), lötsje (Mheer), [Met afbeelding litse: meetje schieten].  litsë (Hoeselt), a) Het spel: van een bepaalde afstand naar een op de grond getrokken streep (lits) met twee of meer dwarsstrepen geld werpen inz. centen; hij wiens centen buiten de dwarsstrepen vallen, is "hooroet"d.i. valt uit; de beste speler (die het dichtst bij de streep komt) werpt de gezamenlijke centen op, waarbij hij die centen krijgt, die "kop"(= kruis) vallen; die "mäönt"(= munt) vallen, worden door de op een na beste speler opgegooid op dezelfde wijze en dan volgt de derde enz.  litse (Maastricht), Hgd. Litze: streep. (Akensch: lötsche.)  litsche (Valkenburg), Op de verharde grond wordt een streep (meet) getrokken van ongeveer 50 cm. Op ongeveer 5 meter van deze lijn wordt een werplijn getrokken die door de werpers niet mag overschreden worden. De spelers werpen om beurt met een steekworp hun muntstukken naar de meet. Het is de bedoeling de muntstukken (elk 5) zo dicht mogelijk op de meet te werpen. Men mag ook het muntstuk van de tegenpartij trachten van de lijn te schieten. Na elk vijf worpen [sic] kijkt men wie het dichtst bij de streep ligt. Hij is de winnaar en heeft 1 punt gescoord. Nu kan het spel herbeginnen.  litsë (Hoeselt), Vero.  litsje (Gronsveld), maatje pikken: Vgl. pag. 287: maat, 1. meeteenheid [...], verkl. mötje.  mötje pikke (Venray), maatje prikken: [Vgl. Venray Wb.]  møͅdjə prekə (Venray), maatje schieten: mötje sjie:te (Meijel), [Vgl. Meijel Wb.]  meutje sjiete (Meijel), møͅtjə sjītə (Meijel), meetje klinken: WNT meet III, met: een term bij kinderspelen, o.m. streep die het uitgangspunt is van de worp bij het knikkeren e.d.. Uit Lat. meta of een oorspronkelijk Nl. meet, mete, of van een met maat verwante vorm. C.V. meetje schieten bet. lijntje gooien. Aan maat mag niet gedacht worden: het Hass. dim. van moat is miëtsje; metsje (dim. van mat) is niet relevant.  metsje klie.nke (Hasselt), meetje steken: meetje steken (Hoensbroek, ... ), mikjeschieten: mikske schieten (Lommel), Mikske (van mik(ken)) + schieten.  mekskəschitən (Lommel), mitsen: mitsen (Stein), munt steken: munt staeke (Oirlo), muurlitsen: moerlitsje (Gronsveld), op het schraampje doen: op et schremke doon (Weert), Nederweert.  op `t schremke doon (Nederweert), op schraampje doen: Er werd een lijn op de grond getrokken met daarop in het midden een vakje. Vanaf +- 5 meter wordt geprobeerd in dit vakje centen te gooien. De streep mag niet geraakt worden. Als dit iemand lukte kreeg hij de hele buit en begon het spel opnieuw.  schremke, op - doon (Weert), perkje gooien: perkske gojje (Maasbree), perkske gooije (Sevenum), perkske gooje (Sevenum), perkje steken: perkse sjtaeke (Reuver), perkske sjtaeke (Tegelen, ... ), perkske sjteeke (Beesel), Het aantal deelnemers aan dit spel varieerde van 3 tot 8. Waren er op n gegeven ogenblik nog meer liefhebbers, dan splitste men zich in twee groepjes.  perkske sjtaeke (Tegelen), Zie aldaar.  perkske sjtaeke (Tegelen), pijpje schieten: peepje schieten (Kerkhoven), pijpje werpen: peepje werpen (Kerkhoven), pot: pot (Jeuk), roosteren: ruustere (Gronsveld), Zie ook: "sjrëume".  ruustere (Gronsveld), schieten: sjiete (Bilzen), schilferen: Vero.  sjélvere (Gronsveld), schraampje gooien: sjrèèmke goeie (Veldwezelt), Het heeft zowel te maken met het AN schraam (streep met krijt of potlood) als het minder gebr. dial. sjrèèm (schreef of grens).  sjremke guje (Bree), schraampje kappen: schremke kappen (Koersel), Sub schreefje.  schrèmke kappe (Beverlo), schraampje schieten: schrampke schiete (Genk), schremke schieten (Eksel, ... ), schrɛmkə schieten (Eksel), Lijntje gooien; met een schijf (meestal een moerplaat) of geldstuk (z.o. scheut 5) proberen op een lijn, de schraam (z.o. *brog en schrap 3) te werpen, op +- 5 à 7 m. van de werpers verwijderd. Wie het dichtst bij de lijn of op de lijn ligt, wint de inzet. Ligt men even dicht bij de lijn of met evenveel schijven of geldstukken op de lijn, dan moet er herkanst worden (z.o. *kabelen).  schrémke, schrië.mke schīē.ëte (Zonhoven), Sub schram.  schramke [schremkə} schieten (Zonhoven), Waarbij met muntstukken naar n limiet geworpen wordt; wiens muntstuk t dichtst bij de streep ligt, is winnaar. In het Oudhasselts Glossarium reeds als screme aanwezig.  schrémke schîe.te (Zolder), schraampje springen: sjrieëmke springe (Tungelroy), schraampje steken: schreemke steken (Meeuwen), schremke steken (Eksel), schrepke stae:ke (Kaulille, ... ), sjraemke staeke (As), sjreemke steke (Vlijtingen), sjrēͅmkə stēkə (As), sjriemke steeke (Thorn), sjrieëmke stèèke (Tungelroy), sjriëmke stèke (Heythuysen, ... ), sjroeumke steke (Boorsem), sjräömke staeke (Echt/Gebroek, ... ), Er werden twee lijnen getrokken op de grond op ongeveer drie meter afstand van elkaar. De medespelers plaatsen zich om beurt vóór een lijn en probeeren zo dicht mogelijk bij de tweede lijn te werpen, allemaal met een geldstuk van dezelfde waarde. Diegene die het dichtst bij de lijn werpt mag alle geldstukken voor zich houden.  schremke steeken (Eksel), NB sjram, verkl. sjremke: schram.  sjremke staeke (Bocholt), Sub sjraom.  sjräömke staeke (Echt/Gebroek), Sub sjremke, 1. Dim. van sjram een streepvormig, oppervlakkig huidverwondinkje; 2. In het (kinder)spel sjremke stèke heeft het woord ook te maken met sjrèèm.  sjremke stèke (Bree), schraampje tikken: Sub sjraom.  sjräömke tikke (Echt/Gebroek), schraampje zaaien: sjrumpke zèe (Diepenbeek), sjrumpke zê`n (Diepenbeek), Men moet wel tussen de klènge blijven.  sjriemke zooië (Genk), Sub sjroöm: Bè t sjreiumke zêë jònde e sjroöm getrokke: Bij dit jongensspel werd met kroonkurken naar n streep geworpen.  sjreuimke zêë (Kortessem), Wie het dichtst bij de lijn of op de lijn lag, won de inzet.  schri.mke zaan (Hasselt), sjriemke zooie (Genk), schramelen: sjrèumele (Stokkem), sjrøͅmələ (Urmond), Sub schraam.  sjreûmelen (Uikhoven), schramen: schremme/schreumme (Hees), schreume (Sint-Truiden, ... ), schruje-me (Wellen), schrume (met geld naar een lijn werpen) (Rijkel), schrèume (Wellen), shreme (Eigenbilzen), sjreume (Amby, ... ), sjrōͅmə (Eijsden), sjräöme (Kanne, ... ), sjrëume (Gronsveld), sjrø͂ͅmə (Hulsberg), Er werd een lijn op de grond getrokken van ongeveer 50 cm en op 5 m werd een werplijn getrokken. Vanaf deze lijn werd er met muntstukken gegooid om het kortst bij de andere lijn te liggen. Dit mocht men vijfmaal herhalen.  shréme (Eigenbilzen), stöpke sjete-  sjräöme- (Kanne), Sub keingerspeile.  schreume of baar (Sint-Truiden), Vanop n drietal meter werd met n geldstuk, doch meestal met kroonkurken (want de jongens hadden geen geld) naar n lijn gegooid; wiens geldstuk of "sjötelke"op de lijn of er het dichtst bijlag, had gewonnen (deze "sjötelkes"werden bij de plaatselijke herbergiers opgehaald).  sjreuime (Kortessem), Vroeger schreumden de mensen veel s avonds op de trottoirs.  schrøəmə (Niel-bij-St.-Truiden), schreef kappen: schrijf kappe (Loksbergen), steken: sjtaeke (Herten (bij Roermond), ... ), sjtaike (Maasniel, ... ), sjteeke (Waubach), sjteikke (Vlodrop), sjtekke (Schimmert), sjteͅkə (Kapel-in-t-Zand), sjtikke (Guttecoven), staeke (Blerick, ... ), staeke oppe mairt (Neer), stēͅkə (Stein), (De hierna volgende jongensspelen [21-28] werden voornamelijk bedreven op de schoolspeelplaats.)  sjtaeke (Herten (bij Roermond)), (Na het middageten, dat steeds om 12u plaats vond, vermaakten de mannen zich (tenminste in de zomer), tot dat het tijd werd voor t lof, met "sjtaeke"of "trumpe". Beide spelen zijn, in Herten, al ongeveer 50 jaar uitgestorven.)  sjtaeke (Herten (bij Roermond)), Het speelveld bestaat uit twee evenwijdige getrokken lijnen met ongeveer twee meter tussenruimte. Vanuit het midden van de lijn wordt nu, zowel links als rechts, op ca. vijf cm haaks een lijntje getrokken, zodat de letter H ontstaat. Vanachter de andere lijn wordt nu een muntstuk, (welke soort wordt van te voren afgesproken), onder een bepaalde schuine hoek naar voren gegooid, zodat deze bij het op de grond komen blijft steken en plat valt. Het is zaak om zo dicht mogelijk bij of op de lijn te komen en tussen de verticale lijnen in. Men mag driemaal gooien en de persoon die het nauwkeurigst zijn munt gestoke heeft, mag alle munten die buiten de H liggen oprapen. Deze heeft hij reeds gewonnen. De overige munten worden dan door hem verzameld en met bolle handen geschud. Van tevoren dient er te worden gekozen voor kop of koont. De met de zijde naar boven gekozen munten kan men dan behouden en de beurt gaat daarna over naar de volgende persoon die als tweede eindigde. Hierna volgen dan evt. de derde, vierde, enz. Zijn de munten eerder op, dan hebben de laatsten pech gehad.  staeke (Venray), Het spel werd steeds in de open lucht op de dorpswegen gespeeld.  sjtaeke (Herten (bij Roermond)), Met centen naar een streep werpen. Wie er het dichtst bij is, mag de centen in de handen nemen, er met gesloten hand mee rammelen, en ze neer werpen. Van te voren is bepaald welke centen voor de opgooier zijn, kruis of munt.  stèke (Meerlo, ... ), Zie ook: kinderspelen.  sjtaeke (Sittard), Ònger het lof wore vief j`ønges oppe Plats aan t staeke.  staeke (Echt/Gebroek), stekje schieten: stekske steken (Ophoven), stopje gooien: met een kurk, met muntjes en metalen schijven  stopke gooien (Neerpelt), stopje schieten: støpkə schieten (Eksel), stopje steken: stupke stéke (Stokkem), Het geld dat dichter bij de schijf ligt dan bij het blokje is voor de gooier.  støͅpkə steken (Meeswijk), streepje schieten: I (J.B.W. in V.L. d.d. 09-07-39: wêe wét nòg wôo "streepte schiete"wôs? - P.M. streepke chiete).  strépkë-sjīētë (Tongeren), streepje smijten: striepke smiete (Tienray), streepje steken: strēpkə stɛ̄kə (Tungelroy), stuiken: sjtoeke (Swalmen) (Kinder)spel. || (Spel), geldstukken of metalen schijven naar n doelstreep (n touw of ijzerdraad) werpen om het dichtst bij te komen. || *Metje klinken: Spel, waarbij men een muntstuk tegen de muur moest werpen om dit in een op de grond getekend kringetje of vierkantje te krijgen waar de inzet in lag; hij, wiens muntstuk in de kring rolde of het dichtst bij de kring terechtkwam, won de inz || *Schraampje zaaien: Lijntje gooien, met een geldstuk proberen op een lijn (het scho.rrem de schraam, z. ald.) te werpen, op ± 4 m. van de speler-werper verwijderd. || *Schramschieten: *Schraampje schieten. || 1. Spel waarbij de speler een geldstuk tegen een op de muur getekende rechthoek wierp, met de bedoeling dit in een op de grond getekend vierkant terecht te laten komen. || 1. Spel waarbij op de grond getrokken lijnen met geldstukken geraakt moeten worden. || 2. Spel waarbij met geld gegooid wordt naar een streep; wie het kortst bij de streep komt, krijgt de geldstukken. || 3. Centenspelletje. || 3. Een spel met centen. || 3. Spel met platte knopen of munten waarbij men probeert deze dicht bij of op een schreef te werpen. || 3. Werpspel met centen. || [Centen steken]. || [De jongensspelen: 27]. Steken. || [II]. Spel met geld, spel van behendigheid, gokspel. || [Ontspanning voor de ouderen (mannen)]. || [Schram schieten]. || [Sport en spel volwassenen - allerhande]: Schijf zo dicht mogelijk bij een streep gooien. || [Straatspel voor geld door volwassenen, vgl. pag. 108]. || Bep. spel. || Centen gooien: een spel waarbij met centen op een in het zand getrokken lijn werd gegooid. || Dammen2: Met muntstukjes naar een lijn gooien; wie er het kortst bij is, wint de inzet. || Dammen: Met muntstukjes op een lijn gooien; wie er hete kortst bij was, won de inzet. || Dit spel was voor de rijpere jeugd of grote mensen. || Een soort spel voor volwassenen met centen die naar een streep (schremke) gegooid worden. || Een spel waarbij de deelnemers trachten een geldstuk zo dicht mogelijk bij de aangeduide streep te werpen. || Een spel, waarbij een muntstuk of iets dergelijks, zo dicht mogelijk bij de schreef dient geworpen. || Geldspel, waarbij de speler, die zijn geldstuk het dichtst bij de schraam werpt, wint. || Het kansspel waarbij een munt opgegooid wordt; de winnaar is degene die goed voorspeld heeft welke zijde (kruis of munt) boven zal liggen [koppelen, letteren, opgooien, omgooien, omroeien]. [N 88 (1982)] || het spel waarbij men centen werpt in een bepaald vak [meetje steken, mitjezzen, flikken] [N 88 (1982)] || Het spel waarbij men centen werpt in een bepaald vak [meetje steken, mitjezzen, flikken]. [N 88 (1982)] || het spel waarbij men centen werpt in een bepald vak [meetje steken, mitjezzen, flikken] [N 112 (2006)] || Hoe worden (werden) de verschillende knikkerspelen genoemd? [N R (1968)] || Jongensspel. || Kinderspel, waarbij getracht wordt een muntje op een krijtstreep te gooien. || Kinderspel. || Kinderspel; met munten beurtelings werpen naar streep. || Lievelingsspel 1. [SND (2006)] || Lievelingsspel 2. [SND (2006)] || Lievelingsspel 3. [SND (2006)] || Lievelingsspel 5. [SND (2006)] || Maatje schieten: spel waarbij men centen werpt in een bepaald vak. || Meetje schieten. || Met centen naar een op den grond getrokken streep mikken. || Met munten werpen. || Mikskeschieten: Jongens- en mannenspel dat erin bestaat een muntstuk of andere schijf van op zekere afstand zo dicht mogelijk naar een in ht rond getrokken streep te gooien. || Naar het lijntje, de schreef werpen. || Schreefje schieten. || Schreumen: Schreefkappen. || Sjtaeke"was vroeger een veel beoefend spel, vooral voor volwassenen. || Soort spel met centen. || Spel (met centen en knikkers). || Spel (met centen). || Spel met centen (op den grond). || Spel met centen waarbij de muntstukken gestoken moeten worden, in of zo dicht mogelijk bij een gemerkt doel. || Spel met centen. || Spel om een geldstuk zo dicht mogelijk bij een lijn te werpen. || Spel om met een geldstuk vanop een zekere afstand het dichtst bij de meet te meet [sic] te gooien. || Spel waarbij men muntstukken gooit in een bepaald vak. || Spel waarbij met een kleine schuif geworpen wordt naar een blokje waarop zich enkele geldstukken bevinden. || Spel, een geldstuk werpen zoo dicht mogelijk bij een streep (schreum). [ZND m] || Spel, waarbij van een bepaalde afstand met centen naar een streep wordt gegooid. || Spel, z. toel. || Spel. || Spel: met centen op een streep werpen. || Spelletje, waarbij centen of knopen van afstand over een op de grond getrokken streep in een getekend hokje moeten worden gegooid. || Steken: d) jongensspel met knopen of centen waarbij de spelers van enkele meters afstand de knoop of de cent op of zo dicht mogelijk bij een getrokken streep proberen te gooien. || Steken; werpspel met centen. || Straatspel (zie aldaar). || Straatspel voor geld door volwassenen. || Werpen met een muntstuk om punten te maken (spel). || Werpspel met centen. || Werpspel: met geldstukken naar een sjroom ggoien vanop een bepaalde afstand. Wie het dichtst bij de streep gooit wint. Wie buiten de zijstrepen belandt, gooit toi en verliest sowieso. || Wetenswaardigheden. [SND (2006)] || Zie "ruustere"[spel waarbij op de grond getrokken lijnen met geldstukken geraakt moeten worden]. III-3-2