e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
vliegend ongedierte aamzeiken: Veldeke  aōmzeike (Sittard), beest dat vloog: idiosyncr.  ein bees dat vloog (Sittard), beesten: WLD  biëste (Weert), beestjes: beskəs (Diepenbeek, ... ), beͅskəs (Borlo), bésjes (Meijel), bəskəs (Linkhout), Bree Wb.  biêsjes (Bree), eigen spellingsysteem  bieskes (Heugem), idiosyncr.  bieske (Maastricht), bijen: Veldeke (iets gewijzigd) soortnaam  bi-jje (Tegelen), WLD geen verzamelnaam  bieje (Roermond), donderwormpjes: dónder wörmkes (Thorn), gemugs: Veldeke  gemöks (Ulestraten), gepepels: Veldeke  gepeepels (Ulestraten), gevogel: eigen spellingsysteem ook wel  gevuchel (Horn), idiosyncr. + soms fon. schrift Engels  gefuchel (Einighausen), gevogelt: gəvøxəlt (Geistingen), gevogelte: gəvlø̄gəltə (Beringen), (? - moelijk leesbaar)  geveugeldje (Ittervoort), gewormel: Veldeke  gewirmel (Montfort), gewormt: gewörmt (Helden/Everlo), gewörmtj (Ospel), gəwərmt (Bree), gəwərəmt (Hechtel), WLD (met aantekeningen)  gewörmtj (Leuken), hommels: WLD geen verzamelnaam  hómmels (Roermond), hommelvlieg: Veldeke  hòmmelvleig (Sittard), insecten: insek (Munstergeleen), insɛktə (Vliermaal), ɛi̯nsɛktə (Wintershoven), afwijkend van Veldeke  insekte (Heerlen), eigen spellingsysteem  de insecten (Stein), insekte (Jabeek), Veldeke (iets gewijzigd)  insekte (Tegelen), kevers: kävers (Wolder/Oud-Vroenhoven), knozelen: Additie bij vraag 2b: knaozel (men zegt knaowezel): is n mug die vooral in de avond vliegt en ook steekt  knaowezel (Reijmerstok), fonetisch Additie: Er zijn hier vliegende diertjes "- "genaamd; die zuigen de mensen en ook dieren bloed af. In welk nummer van uw vragen ze thuishoren, weet ik niet.  knōēzĕlĕ (Oirsbeek), maden: maaien (Lummen), motten: motte (Puth, ... ), fonetisch Additie: "Motte"kent iedereen. Onder welk (vraag-)nummer horen ze thuis?  motte (Oirsbeek), fonetisch etc.  motte (Oirsbeek), Veldeke  mot (Sittard), muggen: de mökke (Stevensweert), muGGe (Puth), mugge (Reuver), mögge (Thorn, ... ), møgə (Opheers), #NAME?  möke (Noorbeek, ... ), eigen spellingsysteem  mugke (Caberg), muke (Caberg), fonetisch  mögke (Oirsbeek), Veldeke  mugge (Bocholtz), mögge (Sittard), Veldeke (iets gewijzigd) soortnaam  mögke (Tegelen), WLD  múg (Gronsveld), WLD geen verzamelnaam  möGe (Roermond), ongediert: ongediert (Meijel), #NAME?  òngediert (Middelaar), ongedierte: oͅngədīrtə (Hoeselt), ged. WLD, ged. eigen spellingsysteem o: dof-lang / ie: langger.  ongedierte (Borgharen), WLD  ongedeerte (Hoensbroek), ongedierte dat vliegt: idiosyncr. uits. als mug  óngedierte dat vlug (Oirsbeek), ongesiefer: oengesiefer (Schinveld), ongesiefer (Blerick, ... ), ongəsifer (Mechelen-aan-de-Maas), òngesiefer (Nunhem), óngesiefer (Guttecoven, ... ), geen onderscheid (met vraag 2a)  òngesiefer (Hoensbroek), WLD  ongesiefer (Boekend), óngesiefer (Panningen), ongesiefer in een lok: ongesiefer in gen loch (Nieuwenhagen), ongesiefert: ongetsīēfer (Waubach), ungəseͅjfeͅrtə (Maaseik), ged. WLD, ged. eigen spellingsysteem o: dof-lang / ie: langger.  ongesiefert (Borgharen), WLD lopende en vliegende diertjes worden aangeduid met ongesieferte (meervoud)  ongesieferte (Maasniel), pepelen: pépele (Sittard), Veldeke  pepel (Sittard), pietjes: Veldeke sommige vliegende diertjes = -  pietékes (Eksel), praam: Veldekemot  praam (Sittard), rupsen: Veldeke  ròpsje (Sittard), schaar: dit is de naam voor de ééndagsvlinder (wit)  schaôr (Boekend), snuffels: mot  snuffels (Meijel), vliegbeestjes: vlixbiəskəs (Leopoldsburg), vliegebeest: vlijxəbəs (Hasselt), vliegen: vleege (Noorbeek, ... ), vlege (Reuver), eigen spellingsysteem  vlege (Caberg), vlegen (Hoensbroek), fonetisch  vleege (Oirsbeek), idiosyncr.  vlēēge (Blerick), vliegend: vliegend (Hout-Blerick), vliegend gewormt: vligənt gəwø.rmt (Neerpelt), eigen spellingsysteem  vliegendj gewörmtj (Ell), vliegend ongedierte: eigen spellingsysteem  vlegend ongedeerte (Nuth/Aalbeek), vliegend ongesiefer: vlegend ongesiefer (Oost-Maarland), eigen spellingsysteem  vlegend ongesiefer (Valkenburg), idiosyncr.  vleegend ongesiefer (Grathem), vliegende beestjes: idiosyncr.  vlegende bieskes (Maastricht), vliegjes: vleegskes (Heythuysen, ... ), vleigskes (Sittard), vlexskəs (Grote-Spouwen), vliegskes (Meijel), vligskəs (Brustem, ... ), vlixskəs (Tongeren), eigen spellingsysteem  vleegskes (Beek), vleigskes (Sittard), m.v.  vleegskes (Susteren), WLD  vleegskes (Weert), vlēēchskes (Schimmert), vlinders: idiosyncr.  vlinders (Blerick), wespen: WLD geen verzamelnaam  wispe (Roermond) klein vliegend gedierte [N 26 (1964)] || vliegend gedierte [N 26 (1964)] III-4-2