e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L329a plaats=Kapel-in-t-Zand

Overzicht

Gevonden: 1627

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(blijven) plakken (blijven) plekken: blievə plekkə (Kapel-in-t-Zand) lang in een café blijven zitten of lang bij iemand op bezoek blijven [plakken] [N 87 (1981)] III-3-1
(iets) bevinden vaststellen: vassjtéllə (Kapel-in-t-Zand) vaststellen als resultaat van een waarneming of onderzoek [bevinden, keuren] [N 85 (1981)] III-1-4
(overige) kaartspelen bruiden: WNT: bruid (III) - bruiten - benaming van "zeker kaartspel, anders Belle-Bruid genoemd. Sorte de jeu de cartes, mariage, beau mariage". Thans in Limburg "in het kaartspel de heer en de vrouw. Zijn deze van de troef, dan heet men ze belle broet. Het spel zelf noemt men broeten"(Onze Volkstaal 2, 235). Zie ook belbruid.  broete (Kapel-in-t-Zand) Namen [en beschrijving] van diverse kaartspelen zoals: [bonken, eenentwintigen, hoogjassen, kajoeteren, klaverjassen, kwetten, kruisjassen, liegen, pandoeren, petoeten, schuppemiejen, smousjassen, tikken, toepen, wijveren, zwartebetten, zwartepieten, zwik [N 88 (1982)] III-3-2
21-jan sint-agnes: st agnes (Kapel-in-t-Zand) 21 januari. [N 88 (1982)] III-3-2
<naam> <naam>: nāmfēs høͅbə (Kapel-in-t-Zand, ... ) Feest vieren op de dag gewijd aan de heilige wiens naam men draagt [besteken]. [N 88 (1982)] III-3-2
aalmoes aalmoes: aalmoes (Kapel-in-t-Zand) de gift aan een arm persoon [aalmoes, arremoes, karitaat] [N 89 (1982)] III-3-1
aambeien aambeien: aambeijə (Kapel-in-t-Zand, ... ) Aambeien: bes- of knobbelvormige zwellingen van de aders aan de anus of aan het onderste gedeelte van de endeldarm (speen, spenen, blikaar(d)s, aambeien, puisten, bikaards, vijgpuisten). [N 84 (1981)] III-1-2
aan de borst zijn zuigen: zuuchə (Kapel-in-t-Zand) gezoogd worden, aan de borst zijn, gezegd van zuigelingen [lodderen, mem lebben] [N 86 (1981)] III-2-2
aandeel, part portie: pórtie (Kapel-in-t-Zand) het deel van het geheel dat men krijgt [garant, rantsoen, part, portie, deel] [N 91 (1982)] III-4-4
aandringen aandringen: aandrinchə (Kapel-in-t-Zand) met klem trachten gedaan te krijgen, met drang onder de aandacht brengen [prossen, aandringen] [N 85 (1981)] III-1-4