e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q204a plaats=Mechelen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
knuppel, knots knuppel: knuppel (Mechelen) knuppel [SGV (1914)] III-1-2
koe koe: kø̄ (Mechelen), kō (Mechelen) Volwassen vrouwelijk rund, in de regel een rund dat één of meerdere keren gekalfd heeft. Zie afbeelding 5. Op de kaart is het woordtype koe niet opgenomen. [JG 1a, 1b; A 3, 37; A 4, 11; Gwn V, 2a; L 1a-m; L 4, 37; L 5, 27b; L 7, 61b; L 14, 26 en 88; L 20, 11; L 27, 5 en 57; L 29, 44; L 38, 44; L 40, 21b; L 44, 16, 21a en 39; R 12, 29; R (s] I-11
koe die eenmaal heeft gekalfd eerste koe: īrštǝ [koe] (Mechelen) Zie afbeelding 6. Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe''(3.3.1). [N C, 14a; monogr.] I-11
koe die tweemaal heeft gekalfd tweede koe: twɛi̯dǝ [koe] (Mechelen) Zie voor de fonetische documentatie van (koe) resp. (kalf) de lemmata ''koe'' (3.3.1) en ''kalf'' (3.1.1). [N 3A, 26a; N C, 14b] I-11
koe met gebogen, opgezette rug poekelsrug: pūkǝlsrø̜k (Mechelen) [N 3A, 145c] I-11
koe met hellend kruis hangevot: haŋǝvǫt (Mechelen), hangvot: haŋvǫt (Mechelen) [N 3A, 145a; monogr.] I-11
koe met korte poten diepe koe: dēpǝ kō (Mechelen), neerkoe: nērkō (Mechelen) [N 3A, 142b] I-11
koe met rode vlek op de poot vlekpoot: vlɛkpūt (Mechelen) [N 3A, 138] I-11
koe met slappe, doorgezakte rug zalenrug: zālǝrø̜k (Mechelen) [N 3A, 145b] I-11
koe met ver uitspringende hielen hakkenkoe: hakǝkō (Mechelen) [N 3A, 144b] I-11