e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q195p plaats=Sint-Geertruid

Overzicht

Gevonden: 380

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aan flarden in vetsen: zing kleier waore in fetze (Sint-Geertruid) Zijn kleren waren aan flarden (door een ongeluk of vechtpartij). [DC 17 (1949)] III-1-3
aardappelen stampen kwetsen: kwitsjə (Sint-Geertruid) stampen; Hoe noemt U: Fijnmaken van b.v. aardappelen (deisteren, moezelen, moezen, britsen) [N 80 (1980)] III-2-3
aardappels schillen schillen: ierpullu chulle (Sint-Geertruid) aardappels schillen [DC 23 (1953)] III-2-3
aardbei erbel: eͅrbəl (Sint-Geertruid) [DC GV (1935) M] I-7
admiraalsvlinder bonte pepel: bonte piepel (Sint-Geertruid) admiraal of atalantavlinder [DC 18 (1950)] III-4-2
allerheiligen allerheiligen: Allerheilige (Sint-Geertruid) Allerheiligen. [N 06 (1960)] III-3-3
allerzielen allerzielen: Allerziele (Sint-Geertruid) Allerzielen. [N 06 (1960)] III-3-3
appelboom appelboompje: Vraag: "appelboomjes", diminutief gelaten; enkelvoud opgenomen  apəlbumkə (Sint-Geertruid) [DC 03 (1934)] I-7
auto auto: p. 6: Een tegenstelling tussen Nederlands-Limburg en Belgisch-Limburg.  auto (ōto of oͅuto) (Sint-Geertruid) auto III-3-1
autoped autoped: p. 6: Een tegenstelling tussen Nederlands-Limburg en Belgisch-Limburg.  autoped (Sint-Geertruid) Autoped. III-3-2