e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L313p plaats=Sint-Huibrechts-Lille

Overzicht

Gevonden: 1801

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(helpen) opmaken ophelpen: zə he.t øm ørst sə gae.lt opxəholəpə (Sint-Huibrechts-Lille) geld opdoen (opmaken) [RND] III-3-1
(iets) zich niet aantrekken niks van aantrekken: ge moet ooch dao niks van aontrekken (Sint-Huibrechts-Lille) Ge moet u dat niet aantrekken [ZND 32 (1939)] III-1-4
<naam> <naam>: naomdaag (Sint-Huibrechts-Lille), naomfist (Sint-Huibrechts-Lille), patroonfeest: zijn patroonfeest vieren (Sint-Huibrechts-Lille), patroonfeest vieren: zijn patroonfeest vieren (Sint-Huibrechts-Lille), vieren: iemand vieren (Sint-Huibrechts-Lille, ... ) Een naamfeest, naamdag [vernamsdaag, nametsdaag]. [N 96C (1989)] || Hoe heet: het naamfeest van iemand vieren? [ZND 32 (1939)], [ZND 32 (1939)] III-3-2
[falie] falie: falie (Sint-Huibrechts-Lille) falie [ZND 01 (1922)] III-1-3
aalmoes aalmoes: aalmoes (Sint-Huibrechts-Lille), aolmoes (Sint-Huibrechts-Lille) aalmoes [ZND 32 (1939)] III-3-1
aalmoezenier aalmoezenier: aalmoezenier (Sint-Huibrechts-Lille) Een priester die belast is met de zielzorg van een bepaalde klasse of groep van mensen [aalmoezeneer]. [N 96D (1989)] III-3-3
aam, maat van 150 l. kapper: (4e liter).  kapper (Sint-Huibrechts-Lille, ... ) aam [ZND 01 (1922)], [ZND 32 (1939)] III-4-4
aanlopen aanloop nemen: aanluup nemen (Sint-Huibrechts-Lille) Om ver te kunnen springen, begint een jongen eerst te lopen; hoe zegt men in uw dialect: "De jongen moet ..."? [ZND 37 (1941)] III-3-2
aanranden aanhouden: aonhawen (Sint-Huibrechts-Lille), aanranden: aanranden (Sint-Huibrechts-Lille), overvallen: overvallen (Sint-Huibrechts-Lille) aanranden [ZND 32 (1939)] III-3-1
aanstoot ergernis: ergernis (Sint-Huibrechts-Lille) Ergernis, aanstoot [aring]. [N 96D (1989)] III-3-3