e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q178p plaats=Val-Meer

Overzicht

Gevonden: 2740

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(iets) zich niet aantrekken niet laten aangaan: de moes dig dat nei lwotten aongoan (Val-Meer) Ge moet u dat niet aantrekken [ZND 32 (1939)] III-1-4
(met) het hoofd stoten stoten: stotə (Val-Meer), tokken: də kop tukə (Val-Meer), tukə (Val-Meer) stoten: het hoofd stoten (kinderwoord) [boetse, zijn eige boetse] [N 10 (1961)] || stoten: met het hoofd stoten [boetse, erges teege boetse] [N 10 (1961)] III-1-2
(met) stevige benen stempels: stēͅmpələ (Val-Meer) benen: met stevige benen [hij is gestapeleerd] [N 10 (1961)] III-1-1
(zich) bukken (zich) bukken: bukə (Val-Meer) bukken, zich bukken [bukke, bokke] [N 10 (1961)] III-1-2
-> [wld iii 2.2] - wld iii, 2.2 !: dø͂ͅpkilkə (Val-Meer), dø͂ͅplax (Val-Meer), dø͂ͅpmytskə (Val-Meer), løͅər (Val-Meer), nōgəlbeͅnəlkə (Val-Meer), roͅwmuts (Val-Meer), roͅwvwal (Val-Meer), zøͅvərleͅpkə (Val-Meer), Toeplechske.  tupleͅxskə (Val-Meer) dekentje waaronder de dopeling naar de kerk wordt gedragen [N 25 (1964)] || doek, witte ~ die men het kind als een schortje voor de borst speldt [speet, spit] [N 25 (1964)] || doopjurkje [deumhemke] [N 25 (1964)] || doopmutsje [N 25 (1964)] || luier [winjel, luur, kindsdoek, psidoek, huik] [N 25 (1964)] || muts met poffer, minder kostbaar of minder uitgedost dan de grote witte muts, die bij rouwgelegenheden wordt gedragen [rouwpoffer] [N 25 (1964)] || navelbandje [nagelbendje] [N 25 (1964)] || rouwsluiter(s) aan een hoed [N 25 (1964)] || slabje, morsdoekje voor kinderen [slabbertje, slabberlepke, zeiverlepke, slepke, bavet(sje) [N 25 (1964)] III-1-3
<naam> feestdag: feestdaog vieren (Val-Meer), feestdag vieren: feestdaog vieren (Val-Meer), mei: iemet ’ne mij maoken (Val-Meer) Hoe heet: het naamfeest van iemand vieren? [ZND 32 (1939)], [ZND 32 (1939)] || Iemand besteken (ter gelegenheid van zijn naamfeest). [ZND 33 (1940)] III-3-2
[falie] voile (fr.): vual (Val-Meer) sluierdoek, zwarte ~ die over hoofd en schouders wordt gedragen, gewoonlijk in de rouwtijd [vaol, voeël, falje, falie, slöjer, linao] [N 23 (1964)] III-1-3
[kazavek?] kazavek: nauwsluitende vrouwenjas  kažəvek (Val-Meer) kasjevék, in de betekenis van vrouwenmantel; betekenis/uitspraak [N 23 (1964)] III-1-3
[lijfje] lijfje: cfr. 006a.  leͅjfkə (Val-Meer) lijfje, in de betekenis van soort kledingstuk; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] III-1-3
aaks aaks: aks (Val-Meer) Zware bijl met lange steel die wordt gebruikt om bomen te vellen. [N 50, 10b; N 75, 114d; L 32, 46; monogr.] II-12