e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
kaarten, een spelletje kaarten blaadje: Sub umleëje.  e bledsje umleëje (Kerkrade), boom: boem (Loksbergen), boûm (Weert), bum (Zonhoven), bø.ym (Meeuwen), Boomke houwen.  boͅu.m (Meeswijk), De boe.m (h)a.ge: De score bijhouden, opschrijven.  bōē.m (Hasselt), E bumke kòòëjònge: Een partijtje *kwajongen.  boem (Zonhoven), Laot òs nog eine boum doon. (spel).  boum (Echt/Gebroek), Sub boum.  wille ve ne boum tùisse? (Kortessem), Ve viëge de boem óó.t: we beëindigen deze kaartmanche zegevierend met dit laatste spel.  boem (Zolder), Wille fe e buuëmke oun, koade, góeje: kaarten.  boeëm (Sint-Truiden), boompje: bømkə (Loksbergen), e buimke kaarte (Bocholt), e bömke tùisse (Kortessem), ei beumke kaarte (Tungelroy), pag. 32: buimke (kaojônge), soort kaartspel.  buimke (Stokkem), Sub beimke.  e beimke kaarte (Bree), Sub boom, (2).  e bīēmke kejoenge (Hasselt), Sub boompke, (2).  een boompke [bømpkə} kaartspelen (Niel-bij-St.-Truiden), Sub plàsseire.  e buuëmke plàsseire (Sint-Truiden), n kaartje leggen.: e pötsje tùisse (Kortessem), partij: partɛj, pərtɛj (Kanne), pot: ne pot (teisse) (Bilzen), ne pot täöse (Romershoven), Sub pot.  ne pot tùisse (Kortessem), We gaan ene pot kaarten, biljarten.  poͅt (Meeswijk), potje: e peͅtjə kārtə (As), e pètsje (Bilzen), e pètsje teisse (Bilzen), e pötsje kaarte (Mechelen-aan-de-Maas), ei pötje kaarte (Herten (bij Roermond)), pètsje (Bilzen), pètsje (teisse) (Bilzen), pötje (Roermond), bij het kaarten  pøͅtjə (Haelen), kaarten  pøͅtjə (Nieuwstadt), pøͅtsjə (Gronsveld), Kaarten.  pötje (Gors-Opleeuw, ... ), Sub beimke.  e pötsje kaarte (Bree), Sub poet.  ein poetje kaarte (Venlo), Sub pot [I].  e pötje kaarte (Bocholt), Sub pot.  e pötsje tùisse (Kortessem), Zun we n pötje kaarte?  pötje (Venray), ronde: rönde (Gronsveld), rondje: rönsje (Gronsveld), slag: sjlaach (Heerlen), Sub 1sjlaag.  `ne sjlaag kaarte (Swalmen), spel: sjpuül (Gronsveld), spelletje: Sub spel.  e späölke kaarten (Maastricht) 2. (Bij kaartspel): keer dat men de kaarten uitdeelt. || 2. Kaartterm. || 2. Partijtje, spelletje. || 220) Een kaartje leggen. || 3. Een spelletje kaarten. || 3. Partij bij het kaartspel. || [Boom]: 4. Bij kaarten, b.v. kruisjassen. || [Een spelletje kaarten]. || Boom ([...] in het kaartspel een streep met 5, 7 of 10 dwarsstrepen, om de stand in het spel te visualiseren). || Boom: (in het kaartspel) een bepaald aantal spelen. || Boom: 2. (Kaartsp.) Streep met een aantal dwarsstrepen in een kaartspel (meestal 10 bij het kwajongen). || Boom: 2. (Kaartspel) Teken om aan te tonen wie wint in t kwajongen. Men kan aan het teken 5 maal een streep trekken. Dan is t spel uit. || Boom: 2. Streep met 5 à 7 dwarsstrepen in een kaartspel. || Boom: 3. (Kaartspel) streep met dwarsstrepen die bij elk gewonnen spel uitgeveegd/bijgeschreven worden. || Een boompje kaarten. || Een kaartje leggen. || Een partijtje *kwajongen (kaartspel). || Een partijtje kaarten. || Een spel kaarten [stok, spel, speul]. [N 88 (1982)] || Een spel spelen [- kaarten]. || Een spelletje kaart [sic]. || Een spelletje kaarten. || het spelen van een spel door twee of meer personen [partijtje, potje, spelletje] [N 112 (2006)] || Het spelen van een spel door twee of meer personen [partijtje, potje, spelletje]. [N 88 (1982)] || Kaarten || Kaartspelen voor geld [tuisen]. [N 88 (1982)] || Kaartspelen. || Kaartterm. || Met de kaarten spelen. || n Potje kaarten. || Partie: spel, een - kaarten, biljarten. || Pot: 3. Het spel zelf. || Pot: h) ver gaon e pötje kaarte. || Soort kaartspel. || Uitdrukking bij kaartspel waarbij geschreven wordt, een aantal spellen tot n bepaald aantal punten. || Zouden we geen boompje kaarten? III-3-2