e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
keelketting, keelriem bakstuk: bakštø̜k (Puth), gaspriem: gasprim (Achel), halsband: halsbanjtj (Baexem), hālsbānt (Ottersum, ... ), halsriem: halsrim (Borgloon), halsrēm (Grevenbicht / Papenhoven, ... ), halsrī.m (Beverst, ... ), hālsrim (Hamont), hǭsrēm (Mechelen, ... ), kaakriem: kǭkrim (Opheers), keelband: kē̜.lbānt (Gingelom), kē̜lbant (Blerick), keelkettel: kięl kętǝl (Diepenbeek), kē̜.lkętǝl (Beverst, ... ), kīǝ.l kętǝl (Hasselt), keelketting: kē̜.lkęteŋ (As, ... ), kīǝ.lkęteŋ (Houthalen, ... ), keelriem: kięlrim (Diepenbeek), kiɛlrīm (Hoepertingen), kēlrim (Peer, ... ), kēlrēm (Susteren), kēlrīm (Beringen, ... ), kē̜.lri.m (Genk), kē̜.lrī.m (Beverst, ... ), kē̜lrēm (As, ... ), kē̜lręi̯m (Sittard), kē̜lrīm (Gennep), kīǝ.lrim (Hasselt, ... ), kīǝ.lrīǝ.m (Zonhoven), kiefriem: kēfrēm (Ell), kīfrēm (Tungelroy), kinriem: kenrim (Berverlo, ... ), kenrēm (Berg), kopriem: kǫprēm (Stokkem), künjer: künjer (Maasmechelen), naasriem: nǭsrī.m (Bilzen), nakriem: nakrim (Sint-Truiden), nekriem: nękrim (Heppen), nɛkrim (Hamont, ... ), nɛkrīm (Overpelt), optrekriem: optrekriem (Meijel), riem: rīm (Koersel), sluitriem: slȳǝtrēm (Bree), šlutrēm (Buchten), strotriem: strǭtrēm (Venlo), štrōtrēm (Panningen) De ketting of riem die onder de keel of kaken van het paard doorloopt en de twee uiteinden van de kopriem verbindt. [JG 1a; N 13, 26] I-10