e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
klieven delen: deile (Beek), deilə (Kapel-in-t-Zand, ... ), klieven: (hoot) kliēve (Bilzen), hout kleve (Reppel), hout klieve (Kerkhoven), klaampe klieve (Hechtel), klampen klieven (Eksel), kleeve (Bocholt, ... ), kleeven (Stein), kleevə (Grevenbicht/Papenhoven, ... ), kleve (Bree, ... ), kleven (Born, ... ), klie-eve (Vliermaal), klie-jeve (Wellen), klie.ve (Borgloon), klieve (Hoepertingen, ... ), klieve(n) (Eigenbilzen), klieven (Achel, ... ), klievë (Hoeselt, ... ), klievə (Leopoldsburg), klijvǝn (Lommel), klivǝ (Jeuk), klivǝn (Eksel, ... ), kliǝvǝ (Genk), klīēvə (Loksbergen), klîeve (Kortessem), klēvǝ (As, ... ), klē̜vǝ (Geulle, ... ), klęjvǝ (Sittard), klę̄vǝn (Dilsen), klīvǝ (Bilzen, ... ), (hout)  kleve (As), [Invloed AN, RK?, klankwettig normaal kleven].  klieve (Geulle), [Invloed vraagstelling/AN, RK?]  klèèvə (Venlo), Bij hout  klieven (Geistingen), haat = hout  haat weert gekliefd (Peer), haot  kleeve (Kanne), hout klieven  klieven (Eksel), huit  kleven (Opglabbeek), van hout  kleve (Kinrooi, ... ), klie.ve (Zolder), Weinig gebr.: in uitdr. zoals `n kin vir (h)oat te ~ (scherpe, lange kin).  klejve (Hasselt), kloven: kl ̇ø̜jvǝ (Montfort), klauve (Venlo), kleuvə (Gennep), klo.və (Meeuwen), kloeëve (Tienray), klove (Caberg, ... ), kloven (Gruitrode, ... ), kluive (Blerick, ... ), kluiven (Heythuysen, ... ), kluivə (Beesel, ... ), kluueve (hout) (Venray), kluuve (Meerlo, ... ), kluven (Meijel), kluëve (Oirlo), klŭŭve (Sevenum), klyǝvǝ (Blitterswijck, ... ), klȳvǝ (Asenray / Maalbroek, ... ), klȳǝvǝ (Castenray, ... ), klø̄vǝ (Gennep, ... ), klø̜jvǝ (Asenray / Maalbroek, ... ), klûuvə (Meijel), klōvǝ (As, ... ), klūǝvǝ (Castenray, ... ), klǫwvǝ (Maasbracht, ... ), #NAME?  kluive (Reuver), (hout)  kluive (Herten (bij Roermond)), [Invloed AN?, klankwettig normaal kluiven]  klove (Roermond), kloven (Haler), Ook: klove.  kluive (Tungelroy), naaien met insteek: nęjǝ męt ensteǝk (Maasbree), rijten: rīēte (Stein), rī.tǝ (Meerssen, ... ), rītǝ (Broeksittard, ... ), scheiden: mensen scheide (Kerkhoven), schaaje (Beverlo), scheeën (Eksel), scheien (Achel), scheiju (Brunssum), sjeie (Tungelroy), sjeije (Bree, ... ), sjeiëje (Bocholt), sjejə (Montzen), sjeë (Kortessem), sjyjə (Reuver), šeͅ.i̯ə (Eys, ... ), eigeel, eiwit  šeije (Kinrooi), van elkaar  sjeie (Kinrooi), scheuren: schuire (Wolder/Oud-Vroenhoven), spalden: špaldǝ (Bleijerheide), spalken: spa.lke (Borgloon), splijten: schpliete (Vijlen), schpliēte (Schimmert), schplīēte (Amby), sjpliehte (Waubach), sjpliese (Kerkrade), sjpliete (Geleen, ... ), sjplieten (s-Gravenvoeren), sjplietə (Doenrade, ... ), sjpliēte (Ten-Esschen/Weustenrade), sjplīēte (Kunrade, ... ), sjplīētə (Amstenrade, ... ), splĕte (Eigenbilzen), spli-jte(n) (Maaseik), splie.te (Zutendaal), spliete (Boorsem, ... ), splieten (Geistingen, ... ), spliette (Eys), splietən (Urmond), splijten (Genk), splīētö (Stevensweert), splīētə (Maastricht), splîete (Kanne), splītǝ (Blerick, ... ), šplī.tə (Eys, ... ), šplisǝ (Bleijerheide), šplī.tǝ (Brunssum, ... ), šplītǝ (Amstenrade, ... ), splitsen: sjplitse (Vaals), splitse (Bree, ... ), splitse gaon (Kanne), splitsen (Lommel), splitsë (Tongeren), uiteen doen: oeteindoan (Geistingen), (varken door de slager)  oeētein doon (Herten (bij Roermond)), uiteen halen: oetein hoolə (Maastricht), uitereen halen: oetteriejen hoaëlen (Eksel), uut-r-én hale (Venray), uitereen trekken: oetteriejen trèkken (Eksel), vaneen doen: vaneindoen (Neeroeteren), B.v. die poszegels zeen aanéin geplektj, doot ze vanéin.  vanéin doon (Herten (bij Roermond)), vaneen halen: van ein haole (Geleen), vaneen houwen: vànein hoawö (Stevensweert), vaneen rijten: vanèjnri-jte (As), vaneen trekken: vaanein trekke (Maastricht), vaneenaf doen: vaan ein oaf doen (Maastricht), vanein af doon (Geulle), waterdicht naaien: wātǝrdex nɛjǝ (Roggel), wijdenhout kloven: wejǝnhǫwt klø̜jvǝ (Altweert, ... ), wissen kloven: wesǝ klø̜jvǝ (Weert) [van elkaar scheiden] || De stukken gezaagde boomstam met de draad mee in kleinere stukken splijten. De stukken boomstam worden eerst met behulp van het kliefmes en de kliefhamer in vieren of in zessen gekliefd. Daarna worden deze delen nog verder gekliefd tot ruwe planken die tot duigen bewerkt kunnen worden. [N E, 8a, add.; monogr.] || De wissen met behulp van een kliefhout in drieën of vieren splijten. Daartoe wordt er eerst met behulp van een mes een insnijding in de wis gemaakt. [N 40, 85; monogr.] || Een bepaalde manier van naaien waardoor een waterdichte naad ontstaat, vooral bij lieslaarzen. De beide leernaden worden even gesplitst en de splitseindjes worden wisselings op elkaar gelegd en aan elkaar genaaid. Zie afb. 31. [N 60, 59a] || Hout met een beitel of bijl in de lengterichting doorhakken, zodat het splijt. Zie ook het lemma ɛklievenɛ in de paragraaf over de kuipersvaktaal. Het betreft daar het klieven van stukken boomstam tot duigen.' [N 37, 8; N 50, 15a; N 75, 134a; monogr.] || klieven || klieven: Vaneen scheiden (klieven, kloven). [N 84 (1981)] || scheiden || Vaneen scheiden (klieven, kloven, splijten, splitsen, (scheiden))\\ [N 108 (2001)] II-10, II-12, III-1-2