e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
minachten; minachtend affronteren (<fr.): àfròntijrə (Loksbergen), afhoudend: āāfhaudend (Schimmert), afhoudig: aafhoudig (Susteren), afkerig: aafkeërig (Voerendaal), aafkierich (Heerlerbaan/Kaumer), aafkierig (Eksel), afwezend: aafwiezənt (Beesel), afzijdig houden: aofzijdig hawwe (Maastricht), akelig: akelig (Melick), belachelijk: belachelik (Sevenum), belàchelik (Sevenum), de neus optrekken voor iemes: de naas optrèkke veur eemes (Neer), de rug op kunnen: kan mich te rök op (Herten (bij Roermond)), enselen: Zie Hamont-Achel Wb. p. 33! cf. WNT III-3, kol. 4141 s.v. "entelen"(knorren, brommen, kijven) en kol. 4147 s.v. "enteren"(zagen beide van onbekende oorsprong  ènsele (Maastricht), gemeen kijken: geming kieke (Gulpen), kleineren: kleineere (Mheer), kleineerə (Maastricht), kleinêêre (Swalmen), klenere (Merkelbeek), klèènijrə (Loksbergen), links laten liggen: links loate ligke (Bree), met minachting straffen: mit minachting sjtraove (Klimmen), minachten: minachte (Amby, ... ), minachten (Born, ... ), minachtə (Epen, ... ), minagte (Posterholt), minagtə (Maastricht), minachtend: minachtend (Maastricht, ... ), minachtentj (Herten (bij Roermond)), minachtənd (Urmond), minachtənt (Kapel-in-t-Zand), mináchtənt (Venlo), minèchtend (Geleen), minderwaardig: minderwaerdig (Hoensbroek), moeten: iem. nie motte (Oirlo), mprisant (fr.): meprizant (Maastricht), neer kijken op: nèr kieke op (Wijlre), op neir kieke (Ittervoort), op niêr kieke (Thorn), neerkijken: neerkieke (Heerlen), neerkiëke (Horst), neerkijken op: n‧ērki.kə o.p (Eys), negeren: negere (Maastricht, ... ), niet bezien: né bəzien (Loksbergen), niet kijken: nut kieke (Gulpen), niet mogen: neet meuge (Venlo), niet zien staan: neet zeen staon (Echt/Gebroek), nijdig: naidieg (Kerkrade), schampen: schampen (Ophoven), sjampe (Geleen), schamper: schamper (Venlo), scherp: schaerp (Venray), smalend: sjmaalend (Sittard), te min zijn: is mich tə min (Reuver), uit de stub houden: oet der stup hoate (Eys), vuile kak zijn: vaale kak zijn (Jeuk), weinig tellen: wénnig téllə (Gennep), zijn neus optrekken: z⁄n noas optrekke (Hoeselt) blijk gevend van minachting, met minachting [afhoudig] [N 85 (1981)] || minachten III-1-4