e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
onkruid uiteggen, ondiep geploegd (stoppel) [eggen]: [eggen] (America, ... ), af[eggen]: af˱[eggen] (Jeuk, ... ), ã.f˱[eggen] (Neerharen), áf˱[eggen] (Aalst, ... ), ā.f˱[eggen] (Boekhout, ... ), āf(h)ęgǝn (Stein), āf˱[eggen] (Beek, ... ), ǭ ̞.f [eggen] (Zepperen), ǭ.f[eggen] (Membruggen, ... ), ǭ.f˱[eggen] (Beverst, ... ), ǭf [eggen] (Hoeselt, ... ), ǭf[eggen] (Tongeren, ... ), ǭf˱[eggen] (Berg, ... ), ǭǝ.f˱[eggen] (Piringen), ˙ãf˱[eggen] (s-Gravenvoeren, ... ), ˙āf˱[eggen] (Cadier), %%bij de volgende opgaven van dit type zou het object, dat niet werd opgegeven, "de akker" of "het land" kunnen zijn, maar ook het daaruit op te eggen "onkruid"%%  af[eggen] (Jeuk, ... ), afrussen: áf[russen] (Brustem), ǭ.f[russen] (Mechelen-Bovelingen), afslepen: afslęi̯pǝ (Jeuk  [(minder gebruikelijk dan afeggen)]  ), afvaren: ǭ.f˲vǭ.rǝ (Bommershoven), afwerken: afwęrǝkǝ (Vorsen), bet de ijleeg [eggen]: bę d ē̜lęi̯x˱ [eggen] (Duras), beul[eggen]: bø̄l[eggen] (Binderveld), beulen: bø̄lǝ (Binderveld), dooreentrekken: do ̝ǝrē.trękǝ (Waltwilder), doriǝntrękǝ (Neerpelt), dooreenvaren: do ̝ǝrē.vǭ.rǝ (Waltwilder), drek [eggen]: [drek] [eggen] (Aijen, ... ), kapottrekken: kǝpǫttrękǝ (Neerpelt), knoei [eggen]: [knoei] [eggen] (Swalmen), kortmaken: kǫrtmākǝ (Mook), kruid [eggen]: [kruid] [eggen] (Beek, ... ), losmaken: lǫsmāxǝ, lǫsmākǝ (Simpelveld), met een 17-tandeneeg [eggen]: met˱ ęn 17-tɛnjē̜x˱ [eggen] (Oirsbeek), om[eggen]: øm[eggen] (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), onkruid [eggen]: [onkruid] [eggen] (Beek, ... ), onkruid vernielen: [onkruid] ˲vǝrnei̯lǝ (Paal), [onkruid] ˲vǝrnē ̝i̯lǝ (Koersel), op[eggen]: op[eggen] (Siebengewald), ǫp[eggen] (Kozen, ... ), ǫp˱[eggen] (Beverst, ... ), %%bij de volgende opgaven van dit type werd niet vermeld, of ze "onkruid" dan wel "het land" tot object hebben%%  ǫp[eggen] (Wijer), %%de volgende opgave heeft "het land" tot object%%  op˱[eggen] (Simpelveld), optrekken: ǫptrękǝ (Schinveld  [(na het belken)]  ), opvaren: ǫp˲vǭ.rǝ (Grote-Spouwen  [(met de extirpator)]  , ... ), pessemen [eggen]: [pessemen] [eggen] (Tessenderlo), pettemen [eggen]: [pettemen] [eggen] (Donk), puimen: pø̜i̯mǝ (Klimmen, ... ), p˙ęi̯mǝ (As), puimen [eggen]: [puimen] [eggen] (Schaesberg), puin[eggen]: pø̜̄n[eggen] (Neerpelt), pø̜i̯n[eggen] (Bocholt, ... ), pęi̯n[eggen] (Beek), puinen: pø̄nǝ (Eksel, ... ), pø̜̄nǝ(n) (Dilsen, ... ), pø̜̄nǝn (Neerpelt), pø̜i̯nǝ (Bocholt, ... ), pø̜i̯nǝn (Achel, ... ), pęi̯nǝ (Beek, ... ), pɛ̄nǝn (Peer), p˙ø̜i̯nǝ (Kinrooi, ... ), p˙ęi̯nǝ (Bree, ... ), puinen [eggen]: [puinen] [eggen] (Baarlo, ... ), puinen lichten: [puinen] lextǝn (Achel), reinmaken: rēnmǭ.kǝ (Berg), rokelen: rø̜̄kǝlǝ (Lottum), rossen: rǫsǝ (Milsbeek, ... ), russen: [russen] (Alken, ... ), schulpen: [schulpen] (Borlo, ... ), stoppel[eggen]: stǫpǝl[eggen] (Tessenderlo), stoppelen [eggen]: stǫpǝlǝ(n) [eggen] (Horst, ... ), štǫpǝlǝ [eggen] (Gronsveld, ... ), stoppelen lichten: stǫpǝlǝ lextǝ (Siebengewald), stoppelplak [eggen]: stǫpǝlplak [eggen] (Aijen), uit[eggen]: yt˱[eggen] (Milsbeek, ... ), ø̜̄t[eggen] (Herk-de-Stad), ø̜t[eggen] (Linkhout), āt[eggen] (Gingelom), ū.t˱[eggen] (Gellik, ... ), ǫu̯.t˱[eggen] (Genk, ... ), ǭ,t˱[eggen] (Beverst, ... ), ǭǝ.t˱[eggen] (Zonhoven), ɛ̄t[eggen] (Rummen), uithalen: ū.thǭlǝ (Zutendaal), ǫu̯.thǭlǝ (Genk), ǭǝ.thǭ.lǝ (Ulbeek), uitschulpen: āt[schulpen] (Buvingen), uitvaren: áu̯.t,vǭ.rǝ (Rutten), vuile grond [eggen]: vø̜̄i̯lǝ gront [eggen] (Lommel), vuiligheid [eggen]: [vuiligheid] [eggen] (Achel, ... ) Het land bewerken met de onkruideg of de scherp aangespannen gewone eg, om de wortels van onkruid (kweekgras met name) op te halen, stoppels los te woelen en het land geschikt te maken, om bemest en vervolgens geploegd te worden. Dat men onkruid e.d. ook met de cultivater kan losmaken, blijkt uit termen als (af)russen en (uit)schulpen (vergelijk het lemma ''cultivateren''). Voor de dialectvarianten van de benamingen voor onkruid en kweekgras zij verwezen naar de betrokken lemmata in de volgende aflevering van I.1. Voor wat ''eggen'' en ''eggen'' betreft zie men de toelichting bij het lemma ''eggen''. [JG 1a + 1b; N 11, 80a; N 11A, 172d + e; N P, 15a add.; monogr.] I-2