e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
paillette blinkertje: blienkerkes (Herderen), broche (fr.): broche (Eigenbilzen, ... ), brosch (Loksbergen), brozj (Maastricht), (= sieraad op borst gespeld).  bròsj (As), galon (fr.): gallon (Beek), gas (fr.): Fr. gaïs.  zjèh (Maastricht), gespje: èè gespke (Bree), git: gette (Maastricht), git (Boorsem, ... ), gitte (Ittervoort, ... ), Gebr. was zjèh &lt; Fr. jaïs.  git (Maastricht), Grotere zwarte platte sierstukjes.  git (Neerpelt), Verouderd. Als garnituur: feestelijk of rouw. [sic]  krallen-èn-gèt (Mechelen-aan-de-Maas), Zijn geen echte Limb. woorden, zijn bedoeld voor sieraad. - git: klein glimmend. - paillette: iets groter dan git.  git (Schimmert), Zjwarte krelkes  git (Valkenburg), Zwart glazig steenje in verschillende vormen.  git (Kesseleik), Zwarte kraaltjes, net glas.  git (Lutterade), Zwarte steentjes.  git (Meijel), gitje: gitjes (Hoensbroek), gitsjes (Schimmert), glinster: glinster (Hechtel), glinstertje: glinsterkes (Hechtel), glitter: glitter (Doenrade, ... ), glittertje: glitterkes (Gors-Opleeuw), glittərkəs (Susteren), glitzer (<du.): glietzer (Vaals), NB jlietsere: glinsteren. vgl. Van Dale (DN): glitzern, glinsteren, fonkelen, schitteren.  jlietser (Kerkrade), goudgalon (<fr.): goutgállón (Grevenbicht/Papenhoven), kraaltje: Vroeger zei men kreulekes, nu pailetten.  kreulekes (Achel), kralen (mv.): Verouderd. Als garnituur: feestelijk of rouw. [sic]  krallen-èn-gèt (Mechelen-aan-de-Maas), lits: litsj (Nieuwenhagen), lovertje: loverkes (Eksel), lovertje (Kesseleik), Kleine rondjes met gaatje diep apart moesten opgenaaid [worden].  lovertjes (Kesseleik), opsmuk: upsmūūk (Meijel), pailletje: (mv)  pajętšǝs (Bilzen), pajɛtjǝs (Grevenbicht / Papenhoven, ... ), palɛtšǝs (Rothem), polɛtšǝs (Herderen), pailletje (<fr.): pa-jetjes (Kunrade), paajettjus (Brunssum), pailletjes (Gulpen), pajetje (Horst), pajetjes (Meijel), pajètsjes (Bilzen), palletjes (Eys, ... ), pooletjes (Herderen), (mv.: pajette).  pajettje (Herten (bij Roermond)), Kleine ronde plaatjes met een gat erin. - eveneens voor N62,060a.  pailletjəs (Opglabbeek), paillette: paillette (Achel, ... ), pajɛt (Bocholt), pǝlɛt (Lutterade), (mv)  pajętǝ (Eisden), pajɛtǝ (Boorsem, ... ), palɛtǝ (Heerlen, ... ), pǝjɛtǝ (Weert), paillette (fr.): paijetten (Jeuk), paijètte (Eisden), pailette (Eigenbilzen, ... ), pailetten (Gennep, ... ), pailjet (Sittard), pailjetter (Eksel), paillet (Caberg), paillette (Weert, ... ), pailletten (Eksel, ... ), paillètte (Riemst), pailètte (Val-Meer), pajet (Gingelom), pajette (Eksel, ... ), pajetten (Beesel), pajettə (Maastricht, ... ), pajētte (Veldwezelt), pajjette (Boorsem), pajjètte (Kanne), pajjètten (Maaseik), pajjéttən (Urmond), pajèt (Montfort), pajètte (Kinrooi), pajéttə (Roermond), pajêtte (Gronsveld), pajɛtjəs (Kinrooi), palet (Born, ... ), palette (Heerlen, ... ), paletten (Achel, ... ), paljette (Bilzen, ... ), paljetten (Thorn), paljiêtten (Genk), paljötte (Bree), paljɛt (Kanne), pallette (Blerick, ... ), palletten (Lommel), pallèt (Guttecoven), pallètje (Ell), palètte (Alken), palɛt (Wellen), paulléttə (Grevenbicht/Papenhoven), pājèt (Maastricht), pejette (Hoeselt, ... ), pelette (Eigenbilzen), pelètte (Hoeselt), plĕtten (Geleen), polette (Thorn), pouletten (Tessenderlo), pàijéttə (Venlo), pàjét (Maastricht), pàljèttə (Maastricht), pájètte (Hechtel), pájèttë (Tongeren), pélêtten (Schimmert), Blinkend klein [...]  paillette (Houthalen), E bollerooke mèt blinkende kloemmel op (al die glitter vonden de mensen vroeger maar niets: ích (h)éb se laeve zoe viël van dat tènk genêd, fòj! fòj!). krêllekes, krêlkes (kraaltjes) werdenook vaak als versiering gebruikt.  pajètte (Bilzen), Glinsterende goud-, zilver- of metaalkleurige plaatsjes voor feestkledij en carnavalspakken.  paillette (Mechelen-aan-de-Maas), Glinsterende schijfjes die je op kan naaien.  paillette (Jeuk), i.e. platte dingskes die opgenaaid worden.  pájèttə (Tessenderlo), Kleine glinsterende plaatjes, om als versiering op een kledingsstuk te worden genaaid.  paillette (Hoepertingen), Mauwstukken.  pallette (Opglabbeek), Op paletten woort er mèt gouddroad en zilveren droad gewerkt.  paletten (Peer), Paljètte worre rond mèt e kietsje èn de middel, ze woënte èn kraegskes genêd. NB: gètte = beenbeschermers.  pajètte (Bilzen), Platte sjiefkes mèt e leukske.  paillette (Valkenburg), Platte, ronde kraaltjes.  pajjet (Bocholt), Rond glanzend schijfje wordt met kraaltjes vastgezet of met git.  pelet (Lutterade), Spelling: &lt;`&gt; = sjwa.  p`lètte (Kaulille), pajèt (Bocholt), Versiering op de borsten, glitter.  paillette (Diepenbeek), Versiering op de schouders. [oeplég]  paillette (Loksbergen), vr.; (mv).  pal‧ɛtə (Ingber), Vroeger zei men kreulekes, nu pailetten.  pailetten (Achel), Zeer kleine blinkende zwarte kraaltjes.  paillette (Neerpelt), Zijn geen echte Limb. woorden, zijn bedoeld voor sieraad. - git: klein glimmend. - paillette: iets groter dan git.  paillette (Schimmert), paulette (<fr.): Op de schouder.  epolette (Vliermaal), plat kraaltje: platte krèllekes (Ottersum), schelfjes: [opgave alleen in potlood; niet in pen overgenomen]  sjêlfkes (Herderen), schilfertje: sjilverkes (Meijel), (mv)  šelfǝrkǝs (Meijel), speld: spèl (Loksbergen), spiegeltje: spiegeltjes (Eksel), streifen (du.): vgl. Kerkrade Wb. (p. 265): sjtrief, streep, strook. Van Dale (DN): Streifen, 1. streep; 2. strook.  sjtriefe (Kerkrade), tres (<fr.): Van Dale: tres, 1. boordsel of oplegsel van gevlochten goud- of zilverdraad of zijde.  très (Nieuwenhagen), versiering: Zo noemt men het ook!  versiering (Meijel), watten: [watten]  watte (Mechelen-aan-de-Maas), zwart kraaltje: zwarte krèllekes (Ottersum), zwatte kreulkes (Jeuk) [zjèh*]: git || een plaatje of reepje gouden of zilveren folie, tot versiering van kledingstukken (pailetten, gitten) [N 86 (1981)] || een plaatje of reepje gouden of zilveren folie, tot versiering van kledingstukken [pailetten, gitten] [N 86 (1981)] || git: zwarte agaatsteen || Kent U de volgende benamingen van versieringen, hoe spreekt U ze uit, wat wordt ermee bedoeld: git [N 62 (1973)] || Kent U de volgende benamingen van versieringen, hoe spreekt U ze uit, wat wordt ermee bedoeld: paillette? [N 62 (1973)] || pailette: plaatje, reepje gouden of zilveren falie, parlemoer, vooral gebruikt om kledingstukken te versieren || pailette: reepje gouden of zilverfoelie gebezigd tot versiering van kledingstukken || paillette || paillette: paillette || Pailletten. Een plaatje of reepje gouden of zilveren folie, tot versiering van kledingstukken [pailetten, gitten] [N 114 (2002)] || Versiering voor kledingstukken. Glinsterend schijfje met in het midden een gaatje. [N 62, 60b] II-7, III-1-3