e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
schoenarm aanslager: āšlēgǝr (Heerlen), aflegger: aflęgǝr (Leunen), arm van het scheutje: ɛrǝm van ǝt šø̄ǝtjǝ (Herten), gek: gɛk (Eijsden), ijzerbalk: ijzerbalk (Peer), klaphout: klaphout (Venray), klapijzer: klapijzer (Arcen, ... ), klapper: klapper (Kinrooi, ... ), klepper: klɛpǝr (Gennep, ... ), oplegger: oplęgǝr (Leunen), schoenijzer: schoenijzer (Beesel, ... ), schoenijzertje: sxunęjzǝrkǝ (Hamont), schudarm: schudarm (Wessem), schudderarm: schudderarm (Hoensbroek), schudijzer: schudijzer (Horn, ... ), slagijzer: slāx˱īzǝr (Neeritter, ... ), speelhout: speelhout (Maxet), spȳlhǫwt (Weert), speeljan: špēljan (Susteren), speelman: speelman (Voerendaal), špȳǝlmān (Eijsden), špēlman (Rothem), speleman: speleman (Heerlen), tikker: tikker (Gronsveld, ... ), verklikker: vǝrklekǝ (Kaulille) De vooruitstekende arm aan het schoen die tegen de klapspaan aan het staakijzer slaat. Zie ook de toelichtingen bij de lemmata ɛschoenɛ en ɛspeelman, klapspaanɛ. In l 265 was de schoenarm van ijzer.' [N O, 19k; A 42A, 19] II-3