e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
slagdorpel, slagdrempel balk: balǝk (Berlingen, ... ), balk die terwars ligt: balǝk dę̄ tǝrjā.s lekt (Rutten), bed: bęt (Tongerlo), dorpel: dø̜rpǝl (Maaseik, ... ), molenbed: mīǝ.lǝbęt (Tongerlo), onderste balk: ō.nǝrstǝ balǝk (Kanne), plaai: plǫj (Lauw, ... ), plǭ.j (Tongeren), plǭǝ (Berlingen, ... ), rustplaai: ręjsplǫj (Vliermaalroot), ręsplǭǝ (Kuringen), rɛsplǭ (Berbroek), sluisdorpel: slys˱dęrpǝl (Bree), voorslag: vø̜rslǭx (Vliermaalroot), vēǝrslǭx (Bilzen), vīǝ.rslā.x (Neeroeteren), zul: zø̜l (Kortessem) Zware horizontale balk aan het einde van de vloer, waarop het hele sluiswerk rust. Oorspronkelijk was deze balk, evenals de sluisstijlen en de sluisbalk, uit hout. Op de meeste plaatsen in het onderzoeksgebied echter was het houten werk reeds lang vervangen door een ijzeren of een in beton gegoten sluisgeraamte. Zie ook afb. 68. De woordtypen dorpel (l 362, l 372), sluisdorpel (l 360), molenbed (l 361) en bed (l 361) zijn van toepassing op de drempel van de maalsluis. Zie ook het lemma ɛmaalsluisɛ.' [Vds 34; Jan 31; Coe 20; Grof 52] II-3