e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
snorrepijp bromhout: bromhoot (Mheer), brommachine: Zie: kénjersjpeelkes.  brómmesjien (Sittard), hor: hor (Montfort, ... ), Wordt voor lichaam gedraaid.  hór (As), hors: Aanvankelijk een houten plankje (van een sigarenkistje), waarin op gelijke afstand van het midden, twee gaatjes gemaakt worden. Hierdoor wordt een touwtje gespannen. Door het touwtje eerst op te draaien en dan tussen de handen strak te trekken, gaat het plankje draaien en het maakt dan een zoevend geluid. Door het touwtje weer te laten vieren, windt dit zich weer op en men kan de handeling en het geluid herhalen. Later is het plankje ook wel vervangen door een knoop.  hoers (Venray), molentje: m"lkə (Susteren), meulke (Neer), muueleke (Merkelbeek), racagnac (fr.): rakkenjak (Jeuk), ronkbeen: Kinderspelletje: knoop met een garendraad oprollen en terugdraaien door aan de uiteinden te trekken. Dit geeft een ronkend geluid.  roekbeen (Diepenbeek), roenkbeen (Diepenbeek), snor: en snoor (Zolder), n snor (Lommel), sjnoer (Oirsbeek), snoor (Zolder), snor (Eigenbilzen, ... ), snur (Eksel), snór (Bocholt), gemaakt van een been met in t midden twee gaatjes en daardoor een touw  snor (As), Wordt boven het hoofd gedraaid.  snór (As), snorknoop: snorknoeep (Venray), snorpijp: snorpiep (Eys, ... ), snorrebot: snorrebot (Eigenbilzen), snorrepijp: sjnorrepiep (Kesseleik, ... ), snorrepiep (Born), snorrepoep (Meijel), snorretje: snorreke (Genk), snorsepijp: sneursepiep (Blerick), spillegrits: Verg. rits, ritsel: rad.  schpillegrits (Valkenburg), spinnegrits: Ook: scheldwoord voor een beweeglijk klein mannetje.  spinnegrits (Meerlo, ... ), suis: zoees (Ell), zūs (Heel), zūzə (Venlo), øzŋoes (Weert), Als aan het touwtje getrokken werd, ging de knoop draaien en maakte een suizend geluid.  zoes (Weert), Door met beide handen een lus hiervan vast te houden en daarna een draaiende en trekkende beweging te maken, begint de knoop of het kootje te spinnen en een zoevend geluid te maken.  zoês (Tungelroy), zoemer: zoemer (Meerlo, ... ) (Kinderspelen): Speelgoed gemaakt van een snoer met ofwel een beentje uit een varkenspoot, een stukje hout of een knoop aan bevestigd. Door het in een draaiende beweging te brengen maakt dit een zoemend (snorrend) geluid. || 1. Snorrebot, snorrepijp, gonzer: kartonnetje waardoor een dubbel touw gestoken was; het werd enkele malen rondgedraaaid, dan trok men het touw strak, zodat het middenstuk snorrend ronddraaide. || 2. Beentje uit voorste varkenspoot, tweemaal een koord erdoor en dan snorre. || het zelfgemaakte speelgoed bestaande uit een stukje karton of een dun plankje dat de kinderen snel ronddraaien en dat een snorrend geluid kan maken [snorrebot, hor, snorrepijp] [N 112 (2006)] || Het zelfgemaakte speelgoed bestaande uit een stukje karton of een dun plankje dat de kinderen snel ronddraaien en dat een snorrend geluid kan maken [snorrebot, hor, snorrepijp]. [N 88 (1982)] || Hor. || Iets dat een zoevend geluid maakt, inz. een grote knoop of een met twee gaatjes doorboord varkenskootje, waardoor een touwtje is getrokken dat aan beide uiteinden is vastgeknoopt. || Kinderspeelgoed, bestaande uit een knoop of plankje met een touw erdoor. || Kinderspeelgoed, een schijf of knoop met een spilletje waarop het draait. || Kinderspeelgoed: een schijfje of knoop met een spil, waaromheen hij draait. || Snorkoord. || z. toel. III-3-2