e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L289* plaats=Boshoven

Overzicht

Gevonden: 811
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
hok opbinden bijeenbinden: bā̯ɛi̯nbeŋǝ (Boshoven), binden: beŋǝ (Boshoven) Het leggen van een band om de koppen van de schoven als deze in een hok bijeengezet worden. Het voorwerp van het werkwoord is steeds "hok, stuik". De volgorde van de varianten van het type binden is zoals in het lemma ''schoven binden'' (4.6.2). [N 15, 33; monogr.] I-4
hond duuk: duuk (Boshoven, ... ), hond: hoónt (Boshoven, ... ) hond III-2-1
hondenhok hondskooi: hoŋskuəi̯ (Boshoven) hondenhok III-2-1
hoofdkussen kopkussen: koͅpkøͅsə (Boshoven) hoofdkussen III-2-1
hooi hooi: hūǝi̯ (Boshoven) Gemaaid en op het veld drogend of gedroogd gras. In de klankkaart is de klankkleur (eerst velair, dan palataal) en de lengte van de klinker aangegeven; korte klinkers hebben een toevoeging aan het symbool. De aan- en afwezigheid van de j-klank is niet in kaart gebracht, maar uit de varianten in het lemma zelf af te lezen; per aangegeven klankkleur en lengte staan steeds de diftongen vooraan. Wanneer er meer dan één variant voor een plaats was opgegeven, is bij voorkeur het materiaal van de mondelinge enquêtes in kaart gebracht. [N 7, 58; N 14, 88b en 128a; JG 1a, 1b; A 10, 17 en 20; A 16, 1-4; L 1 a-m; L 27, 17; L 34, 70; L 38, 35-36; RND 122; Wi 52; S 14; R (s] I-3
hoorn van de koe hoorn: hø̄r (Boshoven) [N 3A, 106a; JG 1a, 1b; L 1a-m; L 27, 25; S 15; Wi 14; monogr.] I-11
houder van slachtvee vetweider: vɛtwɛi̯ǝr (Boshoven) [N 3A, 77d] I-11
houtskool ameren: ōͅmərə (Boshoven), amerten: ōͅmərtə (Boshoven) houtskool, nog smeulend bij vuurhaard III-2-1
houtspaander snip: snøpə (Boshoven) stukjes spaander of wilgenhout om bv. de pijp aan te steken en daarmee lucifers te sparen. De snuppe hingen in een oude klomp of snuppeplenkske in de keuken naast de schoorsteen III-2-1
huis woonhuis: wūənhū.s (Boshoven) woonhuis III-2-1