e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Waubach

Overzicht

Gevonden: 6116

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aartsbisschop aartsbisschop: dr eëtsbussjop (Waubach), eadsbissjop (Waubach) Een aartsbisschop [ärtsbiskop]. [N 96D (1989)] III-3-3
aartsengel aartsengel: aatsingel (Waubach), inne eëdsingel (Waubach) Een aartsengel (zoals Gabriël, Michaël, Rafaël). [N 96D (1989)] III-3-3
aarzelen neuzelen: nuzzele (Waubach), treuzelen: treuzele (Waubach) bang om iets te doen, niet durven doen [aarzelen, twijfelen, tukken, treuzelen, teutelen, draaien] [N 85 (1981)] || uit besluiteloosheid zich weerhouden, niet goed durven [aarzelen, dubben, teutelen, pieraarzen, dobben] [N 85 (1981)] III-1-4
aas in het kaartspel aas: oàəs (Waubach), korte "o  os (Waubach), NB miejlesssjtup harten aas.  ŏas (Waubach), stup?: NB miejlesssjtup harten aas.  miejlessjtup (Waubach) Aas. || En hoe [noemt u van het kaarspel] de [verschillende] plaatjes? - I. Aas. [DC 52 (1977)] || Harten (kaarten). III-3-2
absis koor: koeër (Waubach) De halfronde of meerhoekige uitbouw van het priesterkoor waarin het hoofdaltaar staat [absis]. [N 96A (1989)] III-3-3
absolutie absolutie (<fr.): absoluse (Waubach), absolutie (Waubach) Absolutie [abseloetsioeën]. [N 96D (1989)] III-3-3
abt abt: abt (Waubach), overste: uevesjte (Waubach), öävesjte (Waubach) Een overste in een klooster, abt [euverste, opperste]. [N 96D (1989)] III-3-3
accijns accijns (<lat.): aksijns (Waubach) de belasting op etenswaren [accijns] [N 90 (1982)] III-3-1
accu van petlamp accu: accu (Waubach  [(Laura / Julia)]   [Domaniale, Wilhelmina]) De accu van de petlamp die aan de gordel wordt bevestigd en door middel van een kabel met de petlamp is verbonden. [N 95, 252; monogr.] II-5
acculoog loog: loog (Waubach  [(Laura / Julia)]   [Wilhelmina]) Het zuur waarmee de accu van de elektrische lampen is gevuld. [N 95, 254] II-5