e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
gierroerder geerd: gē̜rt (Genk), haak: hǭk (Opglabbeek), roer: rīr (Godschei), roerder: rȳrdǝr (Aalst, ... ), rȳǝrdǝr (Rekem), rø̄rdǝr (Heythuysen, ... ), rīrdǝr (Beverst), rīǝrdǝr (Kermt), roerer: rø̄rǝr (Doenrade), rērǝr (As), roererd: rērǝrt (Niel-bij-As, ... ), roerhout: rȳrhǭlt (Ottersum), rø̄rhǫ.lt (Lottum), rø̄rhǫu̯.t (Sevenum), roerplank: rȳrplãŋk (Oirlo), rø̄rpla.nk (Heythuysen), roerstek: rȳrstɛk (Diepenbeek), rȳǝrstɛk (Zonhoven), rø̄rstɛk (Boorsem), rø̄rštɛk (Roermond), rērstɛk (Gruitrode, ... ), rīǝrstɛk (Heesveld-Eik), r˙ø̄rštɛk (Cadier), roerstok: rȳrstǫk (Aijen), rø̄rstǫk (Horst, ... ), scholpstok: sxulǝpstǫk (Lottum), sliet: slīt (Mook), staak: stǭ.k (Munsterbilzen), stek: stɛk (Houthalen), stemper: stɛ.mpǝr (Diepenbeek), zeikroerder: [zeik]rȳrdǝr (Aijen, ... ), zeikroerer: zēkrȳrǝr (Bokrijk) Lange stok, met of zonder dwarsplankje aan het ondereinde, waarmee men het bezinksel van de gier in de gierkelder oproert. Woorden als sliet, staak, geerd, stek e.d. zijn als zodanig geen specifieke benamingen voor de gierroerder: zij geven veeleer de aard van het als gierroerder dienende voorwerp aan. Voorzover niet bedoeld als term voor de gierroeder in zijn geheel, zou het woord gierplank kunnen wijzen op het dwarsplankje onder aan de stok. [JG 1a + 1b add.; N 11A, 59a] I-1