e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
het zitten hebben dronken zijn: verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m  hij heeg ⁄et zitten (Eksel), een verkoudheid hebben:   ich höb t vies zitte (Geleen), iech hub t zitte (Maastricht), ik heb t zitten (Sint-Lambrechts-Herk), ik heb t zwoar zitte (Sevenum), t goed zitten (Wijchmaal), t good zitte hébbe (As), [sic]  ich həb hət lielə zittə (Eisden), Hij is zwaar verkouden.  he heet het aardig zitten (Kessenich), een ziekte onder de leden hebben:   heͅi hēx ət setə (Overpelt), heimwee:   het zitten (hebben) (Eigenbilzen), in verwachting zijn:   ze hèt het zitte (Kortessem) III-1-2, III-1-4, III-2-2, III-2-3