| 25014 |
punt, stip |
punt:
punt (L295p Baarlo)
|
punt [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 33635 |
putemmer |
putemmer:
pøteͅi̯mər (L295p Baarlo)
|
[N 12 (1961)]
I-7
|
| 33624 |
putgalg |
putwip:
pøͅtwep (L295p Baarlo),
wip:
wep (L295p Baarlo),
wip (L295p Baarlo)
|
[N 12 (1961)]
I-7
|
| 33633 |
puthaak |
putgard:
pøtgēͅrt (L295p Baarlo),
putwip:
pø̄twep (L295p Baarlo)
|
[N 12 (1961)]
I-7
|
| 33623 |
putzwengel |
ligger:
ligger (L295p Baarlo),
wip:
wep (L295p Baarlo)
|
[N 12 (1961)] [SGV (1914)]
I-7
|
| 18610 |
pyjama |
pyjama {pijama}:
pijama (L295p Baarlo)
|
pyjama, tweedelig nachtkostuum [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 23766 |
quatertemperdag |
quatertemperdag:
quatertemperdaag (L295p Baarlo),
vastendag:
vastendaag van elk jaorgetieje (L295p Baarlo)
|
De R.K. vastendag op de eerste woensdag, vrijdag en zaterdag van elk jaargetijde, quatertemperdag. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 19079 |
raad |
raad:
road (L295p Baarlo)
|
raad [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 22726 |
raadsel(tje) |
raadsel(tje):
en rao‧dsel (L295p Baarlo),
en röd‧selke (L295p Baarlo)
|
raadsel [N 07 (1961)] || raadseltje [N 07 (1961)]
III-3-2
|
| 27904 |
raam |
raam:
rām (L295p Baarlo)
|
Zie kaart. Een van glas voorziene opening waardoor het buitenlicht naar binnen valt. In het onderzoeksgebied worden de woorden 'venster' en 'raam' ook wel gebruikt voor de houten of metalen omlijsting waarin de vensterruit wordt geplaatst. In het Standaardnederlands zijn de woorden 'raam', 'venster' en 'glas' onzijdig, in de meeste Limburgse dialecten echter vrouwelijk. Wanneer door de invullers nadrukkelijk een vrouwelijk genus werd opgegeven, is achter de betreffende plaatscode een (+) opgenomen. [N 55, 37; RND 49; A 46, 10a; L mon.; monogr.; Vld.]
II-9
|