e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Baarlo

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
wollen muts (kinderen) muts: möts (Baarlo) muts van wol (gebreid) voor kinderen [N 25 (1964)] III-1-3
wonder wonder: wonger (Baarlo) wonder [SGV (1914)] III-3-3
wonderdoener weldoener: weldooner (Baarlo), wondermaker: wôngermaeker (Baarlo) Een wonderdoener. [N 96D (1989)] III-3-3
wonderen doen wonderen doen: wóngere doon (Baarlo), wônger doon (Baarlo), wonderen verrichten: wongere verrigte (Baarlo) Wonderen doen/verrichten. [N 96D (1989)] III-3-3
wonen huizen: hoeze (Baarlo), huizeren: hoezeeren (Baarlo), wonen: woēne (Baarlo) huizen (ww.) [SGV (1914)] || wonen [SGV (1914)] III-2-1
woord woord: woord (Baarlo) woord [SGV (1914)] III-3-1
wormstekig wormstekig: wormstaekig (Baarlo) wormstekig ve appel [DC 23 (1953)] III-2-3
worstenbroodje worstenbroodje: worstebruudje (Baarlo), Syst. WBD  worstebreudje (Baarlo) Worstebroodje (sezijzebreudje?) [N 16 (1962)] III-2-3
wortel wortel: wǫrtǝl (Baarlo) Het deel van de plant dat onder de grond blijft. Het is in de materiaalverzamelingen overal duidelijk gemaakt dat het niet om groente gaat. Vergelijk daartoe de lemma''s ''winterwortel'' en ''tuinworteltje'' in de aflevering over de moestuin. [JG 1a, 1b; L 8, 100a; L 15, 28; S 45; monogr.] I-4
wortel (alg.) wortel: wortel (Baarlo) wortel [SGV (1914)] III-4-3