e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Bocholt

Overzicht

Gevonden: 5095
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bedevaartganger bedevaartganger: beivertgenger (Bocholt) Een bedevaartganger, pelgrim. [N 96C (1989)] III-3-3
bedevaartplaats bedevaartplaats: beivertplaats (Bocholt) Een bedevaartsplaats, bedevaartsplaats, genadeoord. [N 96C (1989)] III-3-3
bedevaartprentje bedevaartbeeldje: beivertbeeldsje (Bocholt) Een prentje ter nagedachtenis aan een bedevaart. [N 96C (1989)] III-3-3
bedevaartvaantje bedevaartvlagje: beivertvlegske (Bocholt) Een vaantje of vlagje dat tijdens een bedevaart gedragen en daarna als gedachtenis aan die bedevaart bewaard wordt, bedevaartsvaantje, -vlagje, pelgrimsvlagje. [N 96C (1989)] III-3-3
bediend worden bediend worden: bedeend wèire (Bocholt) Bediend worden, berecht worden, de laatste sacramenten ontvan-gen. [N 96D (1989)] III-3-3
bedienen bedienen: bedeene (Bocholt), bedeenen (Bocholt), bedienen (Bocholt), eenne bedeenen (Bocholt), gerieven: eenne gereeven (Bocholt), gereeven (Bocholt), voorthelpen: vôerthelpen (Bocholt) Hoe heet: iemand van de laatste Sacramenten voorzien? [ZND 32 (1939)] || Iemand bedienen, berechten, iemand de laatste sacramenten toedienen. [N 96D (1989)] || Iemand in een winkel bedienen. [ZND 35 (1941)] III-3-1, III-3-3
bedorven ei rot ei: rǫt ęi̯ (Bocholt), vuil ei: vul ē̜i̯ (Bocholt) [N 19, 54d; L 6, 39; S 31; monogr.] I-12
bedriegen bedoppen: Jòng, loat dich neet bedotte duur dèè sjuunproater  bedòppe (Bocholt), bedriegen: ook materiaal Leuv. lijst 21, vr 6a  bedreegen (Bocholt), naaien: Bli-jf ût dèè winkel mè weg, want doa weerste den hauven ti-jd good genjdsj : je betaalt er teveel samenst. opnejje  nejje (Bocholt), plakken: Ich dènk det ze zich in dèè winkel aardig hèèt loate plèkke  plèkke (Bocholt), scheren: Ze höbben òch doa ferm gesjure  sjère (Bocholt), verneuken: Loat òch mè neet verniêke duur dèè gesliêpe vent  verniêke (Bocholt) afzetten, benadelen || bedriegen [ZND 01 (1922)] || verneuken , bedriegen III-1-4
bedrieger leugenaar: liêgenèèr, gebakke pèèr, mörgen is het ònwèèr  liêgenèèr (Bocholt), liegebeest: liêgebiêst (Bocholt) leugenaar III-1-4
bedrijfsgedeelte van het boerenhuis achterhuis: axtǝrhūs (Bocholt), stallen: stɛl (Bocholt) Bedoeld wordt het geheel van stallen en schuur dat achter het woonhuis gelegen is. Bepaalde benamingen zijn specifieke termen voor het bedrijfsgedeelte. Andere opgaven daarentegen zijn algemener en geven daarmee aan dat er voor de bedrijfsgebouwen geen aparte benaming bestaat, ze zijn ook in gebruik voor de boerderij in het algemeen, geven een opsomming van de voornaamste bedrijfsgebouwen of -ruimten (vandaar ook veel meervoudsvormen), verwijzen naar een belangrijk deel van de bedrijfsruimten (zoals de binnenhof of de dorsvloer) of wijzen op dat deel van het complex dat direct aan het woonhuis aansluit (zoals het stookhuis). [N 5A, 31; N 5,126; monogr.] I-6